donderdag 24 mei 2012

Het Provinciaal Genootschap en haar prijsuitschrijvingen

Geheel in de lijn van 18e eeuwse genootschappen organiseerde ook het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch vanaf het beginjaar 1837 prijsuitschrijvingen. Winnaars ontvingen eremedailles in goud: "Voor de beste en voldoende gekeurde verhandeling over het voorgestelde onderwerp, looft het Genootschap uit eene gouden Medaille, ter innerlijke waarde van honderd Guldens of de waarde derzelve, ter keuze van den Schrijver."
Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.

Beginpagina van de eerste Prijsuitschrijving van het Genootschap uit 1837
Vindplaats: CBM 657 B 01 1837/42
Het uitschrijven van dergelijke prijzen bleek in de praktijk niet echt te werken. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."

De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
"Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)."  Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
In de Handelingen van 1854 lezen we:
"Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."

Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.

Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
  • Handelingen, 1837-1842 / 1849-1855
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 10 mei 2012

1925-1975: Bethaniëstraat 4 te 's-Hertogenbosch


's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
Voorgevel van de tot museum van het Provinciaal Genootschap ingerichte voormalige St. Jacobskerk.
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0003067)
Dankzij het legaat van C.P.D. Pape kon het Provinciaal Genootschap uit gaan kijken naar nieuwe huisvesting. Toevallig kwam men erachter dat het Rijk de voormalige Sint Jacobskerk buiten gebruik zou gaan stellen. Dit gebouw in de Bethaniëstraat, ook bekend onder de naam 'Het Arsenaal' of 'Groot Tuighuis', had al diverse functies vervuld, van kerk tot militaire kazerne. Het Genootschap kwam met de eigenaar, de Staat der Nederlanden, overeen het in erfpacht te nemen voor slechts tweehonderd gulden per jaar. Voor de verbouwing en restauratie van het pand trok men Oscar Leeuw uit Nijmegen aan. Medio 1924 werd begonnen met de werkzaamheden. Aan de binnenzijde werd de hal vergroot en ging het priesterkoor dienst doen als vergaderruimte. Op 8 juli 1925 werd het gebouw plechtig in gebruik genomen.
's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
Leeszaal van het Provinciaal Genootschap. Links wethouder Manis Krijgsman, rechts Maurits Azijnman.
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0007377)
Bibliotheek en museum werden gescheiden gehuisvest. Dankzij het nieuwe pand kon het Genootschap eindelijk zijn bezittingen volwaardig exposeren. De stad 's-Hertogenbosch stond haar collecties (o.a. schilderijen en gildezilver) in bruikleen af aan wat zou gaan heten het Centraal Noordbrabants Museum. Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris en tevens secretaris van het Genootschap, zorgde voor de inrichting. In 1927 werd het negentigjarig bestaan van het Genootschap gevierd met een expositie over Brabantse schilders. Een catalogus over deze expositie vindt u bij de Brabant-Collectie (vindplaats: CBM C 01719).
Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, p. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.