Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 25 maart 2013

Van Genootschapsbibliotheek naar Brabant-Collectie: tot slot

Zoals inmiddels bekend bestond het Noord-Brabants Genootschap - voorloper van de Brabant-Collectie - in maart 2012 175 jaar. In dit laatste jubileumblog-bericht een korte terugblik op het jubileumjaar, dat van start ging met de tentoonstelling "Kaarten van de Visscher-familie" van 8 maart tot en met 13 april 2012.

Uiteraard werd in dit jubileumblog stilgestaan bij de restauratie van de Roman-Visscher-kaart, hét pronkstuk van de Brabant-Collectie. Zo werd de herkomst en aankoop van de kaart toegelicht; uitleg over de waterschade en nader onderzoek naar de linnen drager en gebruikte pigmenten volgden. Het transport van de kaart van Tilburg naar het Zeeuwse restauratie-atelier van Marijn de Valk was spannend. Beelden van de restauratie en digitalisering van de kaart kunt u bekijken op Flickr. Momenteel wordt de Roman-Visscher-kaart ingelijst. Uiteraard houden wij u via de nieuwsbrief en het blog op de hoogte over het verdere verloop van het project van onze Brabantse wandkaart.

Twaalf bibliothecarissen hebben in de afgelopen 175 jaar leiding gegeven aan onze collectie.  C.R. Hermans was in 1837 oprichter en eerste bibliothecaris. De enige vrouw in de rij, mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960), was de langst zittende. Jos Kuijlen, die in 2006 Jaap Maessen opvolgde, is de (voorlopig) laatste in rij. Van allen vindt u een korte beschrijving in dit blog. De geschiedenis van het Provinciaal Genootschap tot aan de Brabant-Collectie is belicht in acht blogberichten: van de oprichting, de voorzitter en zijn openingsrede tot aan de meer recente ontwikkelingen op het gebied van film en fotografie. De collectie heeft heel wat verhuizingen moeten doorstaan in de afgelopen 175 jaar: van de Latijnse school aan de Papenhulst in Den Bosch, via Korenbeurs, Boterhal, Bethaniëstraat, St. Josephstraat en  Nachtegaalslaantje, tot zelfs het vertrek uit Den Bosch in 1986. Sinds die tijd is de collectie gehuisvest in de bibliotheek van de Tilburgse universiteit.

Zoals gezegd is dit het laatste bericht op het jubileumblog. Niettemin hopen de medewerkers van de Brabant-Collectie nog lang dienstbaar te kunnen zijn aan allen die (citaat van baron Van den Bogaerde, de eerste voorzitter) " ... het voetspoor willen volgen van zoo vele verdienstelijke mannen, die, na het volbrengen van de verpligtingen aan hunnen stand verbonden, in de beoefening der letteren verademing zochten en vonden."

donderdag 14 februari 2013

Film en fotografie bij de Brabant-Collectie

Vrijwel vanaf het begin van de vestiging in Tilburg begon de Brabant-Collectie met plannen voor een inventarisatie van bewegend beeld over en in de provincie. In een artikel in het tijdschrift Brabantia (februari 1992) constateerde auteur Jan van Muilekom dat "historisch beeldmateriaal van regionaal belang vrijwel vogelvrij is." In 1993 werd de Stichting Brabants Film Archief opgericht met het doel audiovisuele informatiedragers over en/of uit Noord-Brabant toegankelijk te maken voor presentatie en onderzoek. Drie jaar later werd deze stichting ondergebracht bij de Brabant-Collectie. Als uitvloeisel van het Europese Elise II-project werd eind december 2000 de Filmdatabank gelanceerd, waardoor Brabantse filmbeelden via internet beschikbaar werden. De Brabant-Collectie speelde een coördineerde rol bij het landelijke project Conservering Lokale en Regionale AV-collecties (2002-2006).

Maar ook fotografie werd een speerpunt binnen het verzamelbeleid van de Brabant-Collectie. Wetenschappelijk onderzoek en behoud van historische Brabantse foto's waren - en zijn nog steeds - de uitgangspunten. Begin 2002 startte het project Brabantse fotografie van de 20e eeuw, mede mogelijk gemaakt door subsidie van de Provincie Noord-Brabant: een samenwerkingsverband tussen de Stichting Brabants Foto Archief, Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening en de Brabant-Collectie. Dit project bestond uit drie deelprojecten:
  • Onderzoek door Kitty de Leeuw, Rik Suermondt en Ellen Tops naar leven en werk van Martien Coppens (1908-1986), resulterende in de biografie Bezielde beelden (Waanders, 2008).
  • Pittoresk maar onbewoonbaar: een onderzoeksproject naar boerderijfotografie van Anton Schellens (1887-1954), Gaston Remery (1924) en Martien Coppens, uitgevoerd door Renate van de Weijer en Cor van der Heijden.
  • Onderzoek naar prentbriefkaartfotografie. Marie Peñaloza Moreno schreef in 2006 het proefschrift Papers with memory over de etnologie van de prentbriefkaart. Hierin staat een hoofdstuk gewijd aan prentbriefkaartfotograaf Jan Bijnen (1874-1959). Van Pierre van der Pol verscheen in 2009 een publicatie over de fotograaf Herman de Ruiter (1870-1949), getiteld Brabants stads- en dorpsleven.
Foto's Brabants dorpsleven van Herman de Ruiter
en Jan Bijnen
Vanaf 2004 werd het onderdeel Brabants Film Archief uitgebreid met fotografie en omgedoopt tot Beeld en Geluid. Het streven werd het gehele oeuvre van Brabantse topfotografen te acquireren. In 1998 werd al de toon gezet door het in bruikleen verkrijgen van 1632 vintage prints van Martien Coppens. In de periode 2008-2010 werd het grootscheepse restauratie-, digitaliserings- en conserveringproject van de Kerncollectie Coppens uitgevoerd. Daarna volgden in 2008 de collecties van Jan Bijnen, Gaston Remery en Rees Diepen. Meest recent verworven collecties zijn die van Frans Kuit (2010) en Noud Aartsen (2011).
November 2004 ging de door de Brabant-Collectie opgezette Fotobank Noord-Brabant de lucht in. Deze beeldbank werd december 2006 samengevoegd met de reeds bestaande Filmdatabank. Dit resulteerde in de Film-en Fotobank Noord-Brabant: een portaal voor beheerders van historisch foto- en filmmateriaal om hun collectie te ontsluiten en via internet te tonen. In 2011 vond een evaluatie plaats van deze beeldbank; momenteel worden diverse mogelijkheden voor vernieuwing nader uitgezocht.

donderdag 22 november 2012

Ontwikkelingen in het derde kwart van de 20ste eeuw

Na de oorlogsjaren en de belangrijke reglementswijziging brak er een tijd aan waarin de koers werd verlegd van een besloten naar een meer publieksgerichte instelling. De toenmalige voorzitter, August Commissaris, wees het Genootschap in zijn jaarrede van 1956 op de noodzaak van een keuze. Daarmee legde hij de grondslag voor een hervorming die in 1959 leidde tot een officiële bevordering van het Genootschap tot Culturele Raad voor Noord-Brabant. 

Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok. 

Een van de getoonde werken bij de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant'
 Tilburg - Markt, Grote Kerk en Raadhuis (ca. 1850)
Vindplaats: T 34 / 121 Mark (3)
Een jaar daarvoor vierde het Genootschap haar 125 jarig jubileum. Dit jubileum werd opgeluisterd met de tentoonstelling van de Collectie Peynenburg van 27 april - 24 juni 1962. Door de nieuwe koers ontstond een nieuwe categorie secties zoals toneel, muziek, cultuurverspreiding, film, beeldende kunst en literatuur. Deze secties waren klein en hadden een beleidsadviesfunctie. De oude secties waren verenigingen op zich die zelf actief waren op het terrein van hun belangstelling. In deze splitsing van Genootschap- en Culturele Raadfunctie lag de kiem van de latere splitsing. In 1970 werden voorbereidingen getroffen voor een afzonderlijke Culturele Raad. In 1973 was dit een feit.
 
Gebruikte bronnen:

  • F.J.M. van de Ven, Anderhalve eeuw Noord-Brabants Genootschap 1837-1987. Vindplaats: BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216. Brabants Historisch Informatiecentrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 11 oktober 2012

Ontwikkelingen in de eerste helft van de 20e eeuw

In 1925 werd jonkheer Mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (1852-1939) verkozen tot voorzitter van het Provinciaal Genootschap. Hij was een erudiet man met vele publicaties over de geschiedenis van ons gewest op zijn naam, waaronder het bekende driedelige boekwerk "De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen" (1910). Hij voerde het persoonlijke beheer over de prenten- en handschriftenverzameling van het Genootschap en bracht ook een nieuwe catalogus uit. Veel prenten en tekeningen, die hij op veilingen of elders kocht, schonk hij aan het Genootschap. Ook zorgde hij voor financiële ondersteuning.
Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.

20 april 1932, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
Viering 80e verjaardag van jhr. mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt
(midden foto, gezeten op stoel)
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0033289)
In 1937 bestond het Genootschap 100 jaar. Gezien de tijdsomstandigheden werd dit sober gevierd. Aanwezigen waren onder andere prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne (minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) en jhr. mr. dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (commissaris van de Koningin in Noord-Brabant). Het Algemeen Handelsblad deed uitgebreid verslag van de bijeenkomst op 8 maart van dat jaar.

8 maart 1937, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
Eeuwfeest van het Provinciaal Genootschap. Staande links prof. dr. J.R. Slotemaker de Bruïne,
staande rechts jhr. mr. van Sasse van IJsselt
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0028890)
De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.

Gebruikte bronnen:
  • F.J.M. van de Ven: Anderhalve eeuw Noordbrabants Genootschap 1837-1987. BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal  Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216.
    Brabants Historisch Informatie Centrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 26 juli 2012

Collectievorming begin 20e eeuw

Bibliothecaris H. Heynen begon in 1871 met de reorganisatie van de bibliotheek en het samenstellen van een alfabetische catalogus. De collectie werd regelmatig uitgebreid dankzij schenkingen. Door de aanwezigheid van het garnizoen kwam het Genootschap in het bezit van vrij veel publicaties van krijgskundige aard. In de beginperiode verzamelde men nog breed, waardoor in de collectie ook fraaie atlassen, platenboeken en boeken over vogels, naturaliën, medicinale planten etc. voorkwamen.

Aquarel Kasteel Heeswijk
H 41.2 / 820.11 (20)
Begin 20e eeuw deed een unieke kans zich voor de collectie verder uit te breiden. Baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge en zijn zonen Louis en Albéric hadden hun omvangrijke kunstverzameling van enkele duizenden voorwerpen bijeengebracht in kasteel Heeswijk en later kasteel Nemelaer. Van Oudheusden (2011) noemt dit een van de grootste en meest opmerkelijke particuliere kunstverzamelingen die in Noord-Brabant hebben bestaan. Tussen 1899 en 1902 werd het leeuwendeel van deze collectie, variërend van meubels en schilderijen tot prenten en harnassen, door de erfgenamen geveild. In 'Het Verslag van den Bibliothecaris over het jaar 1902/3' (Handelingen, 1893-1909) lezen we hierover:
"De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
Genootschap.

In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:

"Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, pag. 190-205
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1893-1909. Deel 1897-1903 [CBM 657 B 01 1893/1909]
Voor een volledig overzicht van geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 24 mei 2012

Het Provinciaal Genootschap en haar prijsuitschrijvingen

Geheel in de lijn van 18e eeuwse genootschappen organiseerde ook het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch vanaf het beginjaar 1837 prijsuitschrijvingen. Winnaars ontvingen eremedailles in goud: "Voor de beste en voldoende gekeurde verhandeling over het voorgestelde onderwerp, looft het Genootschap uit eene gouden Medaille, ter innerlijke waarde van honderd Guldens of de waarde derzelve, ter keuze van den Schrijver."
Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.

Beginpagina van de eerste Prijsuitschrijving van het Genootschap uit 1837
Vindplaats: CBM 657 B 01 1837/42
Het uitschrijven van dergelijke prijzen bleek in de praktijk niet echt te werken. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."

De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
"Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)."  Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
In de Handelingen van 1854 lezen we:
"Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."

Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.

Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
  • Handelingen, 1837-1842 / 1849-1855
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 12 april 2012

De collectie in de beginjaren


Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Provinciaal Genootschap was de oprichting van een wetenschappelijke bibliotheek in Noord-Brabant. C.R. Hermans  was de aangewezen persoon om dit op touw te zetten. Hij stond aan de wieg van wat later uitgroeide tot de grootste collectie Brabantica ter wereld. De provincie Noord-Brabant ondersteunde het Genootschap vanaf het begin: in 1837 werd 1.000 gulden toegezegd. Dit geld, plus inkomsten uit contributies van de 341 leden, werd vooral besteed aan de bibliotheek. Verder groeide de collectie door schenkingen van zowel genootschapsleden als van wetenschappelijke verenigingen en andere genootschappen in Nederland en België.

Lithografie van H. Palier
P / P 13.2 (1)
Mede-initiatiefnemer van het Genootschap, de drukker Hendrik Palier, schonk gedurende zijn leven boekbanden en manuscripten uit zijn eigen collectie. Maar het grootste deel daarvan kwam pas na zijn dood in 1853 door aankoop in het bezit van het Genootschap. In dat jaar bezat de bibliotheek al meer dan 14.000 boekbanden. Dit aantal steeg in 1862 door verdere aankopen tot 20.000 delen.
De collectie was in de beginperiode zeer algemeen van aard. Naast Brabantica waren er handboeken, naslagwerken en encyclopedieën. Er stonden kasten vol publicaties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hieronder bevonden zich prachtige atlassen en platenboeken over vogels, kruiden, medicinale planten, insecten en rariteitenverzamelingen. Ook archeologische voorwerpen en kunstobjecten vonden, vaak door schenkingen, een plekje bij het Genootschap. Zo beheerde de bibliothecaris een tijdlang een grote schelpencollectie. Op het gebied van Brabantse munten en penningen streefde men naar volledigheid. Door aankoop en schenking ontstond, aldus Van Oudheusden (2011), op deze manier een van de grootste numismatische collecties van Nederland. Deze collectie, inclusief de bijbehorende literatuur, bevindt zich tegenwoordig in het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch.

Hermans' overlijden in 1869 betekende een gevoelig verlies voor het Genootschap en de bibliotheek. Tijdens de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1870 werd zijn bibliotheek, aangevuld met een portet van de bibliothecaris in olieverf, voor het bedrag van 800 gulden aanvaard.
De verhuizingen en een langdurig ziekbed van Hermans hebben grote gevolgen gehad voor de collectie. Meer hierover in de volgende blogs.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 22 maart 2012

De eerste voorzitter en zijn openingsrede

Lithografie van Baron A.J.L. van den Bogaerde van Terbrugge
P / B 68.1 (2) 
De eerste voorzitter van het Provinciaal Genootschap was de gouverneur van Noord-Brabant, baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge (1787-1855). Hij was een geletterd man en minnaar van de kunsten. Andere leden waren onder andere:
  • dominee Carel Willem Pape uit Heusden,
  • zijn zoon Justus D.W. Pape,
  • de Vughtse jonkheer en bewoner van het landgoed Piacenza, tevens verificateur der belastingen Hendrik Bernhard Martini van Geffen (1768-1848),
  • de gouvernementsambtenaar Jan Menu,
  • en de latere minister en rechter Mr. J.A. Mutsaers, een oud-studiegenoot van Hermans van het seminarie Beekvliet te St. Michielsgestel.



Pag. 1 uit Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
 In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 staat een volledige lijst van "Bestuurderen en leden". Tijdens de opening hield baron Van den Bogaerde een klinkende redevoering, die hij opende met de volgende woorden:
"De lust tot bevordering van Kunsten en Wetenschappen vereenigt ons in dit oogenblik, en legt ons de plegtige en belangrijke taak op, om de grondslagen te leggen van een genootschap, hetwelk, door Uwen ijver, Uwe kunde en Uwe werkzaamheden ondersteund, zal kunnen bijdragen tot den roem van dit gewest."

Pag. 23 uit Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
Hij verwees naar illustere instituten als de Royal Society in Londen en de Académie Française in Parijs en zei:
"Bij de oprigting van dit Genootschap, Mijneheeren! zult gij dat zelfde edele doel trachten te bereiken, en U op de beoefening der kunsten en wetenschappen toeleggen met dien ijver en die volharding, welke daartoe worden vereischt. Gij zult die beoefening als eene uitspanning beschouwen, en het voetspoor willen volgen van zoo vele verdienstelijke mannen, die, na het volbrengen van de verpligtingen aan hunnen stand verbonden, in de beoefening der letteren verademing zochten en vonden."

donderdag 8 maart 2012

De oprichting: 8 maart 1837


Titelpagina, Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
De oprichtingsvergadering van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, waaruit later de Brabant-Collectie is voortgekomen, vond plaats op 8 maart 1837 in de Bossche Sociëteit het Casino. De initiatiefnemers tot het oprichten van een dergelijk genootschap in Noord-Brabant waren onder andere de rector van de Latijnse school Cornelis Rudolf Hermans (1805-1869) en de Bossche drukker Hendrik Palier (1785-1853).
Krijbolder (1994) schrijft dat Hermans het als zijn levenstaak zag af te rekenen met het negatieve imago van Noord-Brabant door bestudering en ontsluiting van het in zijn ogen grootse verleden van dit gewest. Het was Hermans een doorn in het oog dat in de gangbare literatuur weinig tot niets over Brabant terug te vinden was. In zijn dissertatie had Hermans plannen ontvouwd om tot een alomvattende geschiedschrijving van elke provincie te komen. Op de eerste plaats zouden er provinciale bibliotheken moeten komen. Aangezien volgens Hermans een dergelijk instituut pas nuttig zou worden als mensen met belangstelling voor geschiedenis de 'er opgeborgen schatten' zouden gaan onderzoeken, pleitte hij voor de oprichting van een literair genootschap ter bestudering van taal, geschiedenis en oudheden van Noord-Brabant. In 1837 leidde dit streven tot de oprichting van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.

Pag. 67, Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 is in het hoofdstuk "Wetten van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Braband" in artikel 1 te lezen:
"Het doel van het Genootschap is, bevordering van kunsten en wetenschappen in het algemeen, en meer in het bijzonder in de provincie Noord-Braband.”

Klik hier voor literatuur over het Genootschap.