Zoals inmiddels bekend bestond het Noord-Brabants Genootschap - voorloper van de Brabant-Collectie - in maart 2012 175 jaar. In dit laatste jubileumblog-bericht een korte terugblik op het jubileumjaar, dat van start ging met de tentoonstelling "Kaarten van de Visscher-familie" van 8 maart tot en met 13 april 2012.
Uiteraard werd in dit jubileumblog stilgestaan bij de restauratie van de Roman-Visscher-kaart, hét pronkstuk van de Brabant-Collectie. Zo werd de herkomst en aankoop van de kaart toegelicht; uitleg over de waterschade en nader onderzoek naar de linnen drager en gebruikte pigmenten volgden. Het transport van de kaart van Tilburg naar het Zeeuwse restauratie-atelier van Marijn de Valk was spannend. Beelden van de restauratie en digitalisering van de kaart kunt u bekijken op Flickr. Momenteel wordt de Roman-Visscher-kaart ingelijst. Uiteraard houden wij u via de nieuwsbrief en het blog op de hoogte over het verdere verloop van het project van onze Brabantse wandkaart.
Twaalf bibliothecarissen hebben in de afgelopen 175 jaar leiding gegeven aan onze collectie. C.R. Hermans was in 1837 oprichter en eerste bibliothecaris. De enige vrouw in de rij, mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960), was de langst zittende. Jos Kuijlen, die in 2006 Jaap Maessen opvolgde, is de (voorlopig) laatste in rij. Van allen vindt u een korte beschrijving in dit blog. De geschiedenis van het Provinciaal Genootschap tot aan de Brabant-Collectie is belicht in acht blogberichten: van de oprichting, de voorzitter en zijn openingsrede tot aan de meer recente ontwikkelingen op het gebied van film en fotografie. De collectie heeft heel wat verhuizingen moeten doorstaan in de afgelopen 175 jaar: van de Latijnse school aan de Papenhulst in Den Bosch, via Korenbeurs, Boterhal, Bethaniëstraat, St. Josephstraat en Nachtegaalslaantje, tot zelfs het vertrek uit Den Bosch in 1986. Sinds die tijd is de collectie gehuisvest in de bibliotheek van de Tilburgse universiteit.
Zoals gezegd is dit het laatste bericht op het jubileumblog. Niettemin hopen de medewerkers van de Brabant-Collectie nog lang dienstbaar te kunnen zijn aan allen die (citaat van baron Van den Bogaerde, de eerste voorzitter) " ... het voetspoor willen volgen van zoo vele verdienstelijke mannen, die, na het volbrengen van de verpligtingen aan hunnen stand verbonden, in de beoefening der letteren verademing zochten en vonden."
Posts tonen met het label 's-Hertogenbosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 's-Hertogenbosch. Alle posts tonen
maandag 25 maart 2013
donderdag 8 november 2012
Drs. G.G.A.M. Keukens (1975-1986)
Drs. George Keukens werd in 1944 in 's-Hertogenbosch geboren. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was onder andere leraar Nederlands aan de Thorbecke Scholengemeenschap in Utrecht. Op 1 augustus 1975 trad hij in dienst bij het Provinciaal Genootschap als bibliothecaris-vakreferent.
Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.
Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.
George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.
![]() |
| Bibliothecaris George Keukens in werkruimte Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (51) |
Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.
Er werden meer tentoonstellingen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld 'Zoete lieve tremmetje' over de geschiedenis van het openbaar vervoer in en om 's-Hertogenbosch (1879-1929-1979). In 1980 begon men met het samenstellen van de Brabantse Bibliografie. En in 1981 werd een start gemaakt met het ontsluiten van de collectie door middel van een kaartencatalogus, als vervanging van de Leidse boekjes.
Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.
George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.
Gebruikte bronnen:
- Brabantia 24 (1975), nr. 5, p.192. Vindplaats T 0820
- Brabants Historisch Informatie Centrum, Brabants Historisch Documentatiecentrum, inv.nr. 232
donderdag 25 oktober 2012
Drs. F.J.M. van de Ven (1960-1975)
Drs. Frans van de Ven werd in 1932 in Oss geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis (specialisatie kunstgeschiedenis en economische geschiedenis). Vanaf 1958 was hij werkzaam in het VWO, van 1962 tot 1991 aan het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch. Van 1960 tot 1975 was hij tevens parttime bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek en secretaris van de Historische Sectie van het Provinciaal Genootschap. Hij publiceerde verschillende boeken en studies, met name over de geschiedenis van Noord-Brabant. Het bedrijf van zijn ouders vervoerde de vetten en oliën van de boterhandel en margarinefabriek Jurgens in Oss. Later zou Frans van de Ven hier uitgebreid over publiceren. Hij breidde niet alleen de collectie van de Genootschapsbibliotheek uit met boeken en prenten, maar legde tevens een indrukwekkende privé-collectie aan. Van de Ven had bijzondere belangstelling voor de Regio Maasland. Voor de Genootschapsbibliotheek kocht hij onder andere diverse etsen aan van Jan Heesters uit Schijndel. Een groot deel van zijn privé-collectie schilderijen, etsen, foto's en manuscripten is in 2009 verworven door het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen. Frans van de Ven woont en leeft in Berlicum.
In de periode 1957-1974 was mej. Geertruida Dorenbosch ('s-Hertogenbosch 1908 - 's-Hertogenbosch 1996) hoofdassistente in de Genootschapsbibliotheek. Dorenbosch speelde een belangrijke rol in de bibliotheek. Ze regelde de dagelijkse gang van zaken, aangezien Van de Ven parttimer was. Tevens werkte zij boeken in en verschafte de gebruikers informatie. Met Kees Spierings stelde zij onder andere het boekje 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 1 samen. Deel 2 en 3 stelde zij samen met J.A.M. Roelands. Tijdens de officiële afscheidreceptie op 13 mei 1974 kreeg zij de Genootschapspenning in zilver uitgereikt; ze was de eerste vrouw die deze onderscheiding kreeg. Tevens kreeg zij op 1 december 1982 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt en op 21 september 1983 het Verzetsherdenkingskruis.
G.J.J.F.M. Dorenbosch, De genootschapspenning. In: Brabantia 25 (1976) nr 2, p. 68-71. Vindplaats: T 00820
![]() |
| Frans van de Ven (rechts) met assistente Ineke Kuijer (midden) tijdens de afscheidsreceptie van mej. Dorenbosch H 55 / 1974 (11e) |
![]() |
| Afscheidsreceptie mej. Dorenbosch 13 mei 1974 H 55 / 1974 (3) |
Gebruikte bronnen:
- F.J.M. van de Ven, Anton Jurgens Hzn 1867-1945. Zwolle, 2006, p.375
Vindplaats: BRA V3 VENN 2006 - http://son.kliknieuws.nl/forum/discussie/25935
- http://www.vriendenjanheesters.nl/
- http://www.museumjancunen.nl/MJC.Data/Documenten/Vandeven.pdf
donderdag 20 september 2012
1984-1986: Nachtegaalslaantje
In 1984 wordt het Provinciaal Genootschap opnieuw geconfronteerd met een verhuizing. Bibliotheek en Prentenkabinet gaan terug naar de oude standplaats; het gebouw van het Stedelijk Gymnasium aan het Nachtegaalslaantje nummer 1 te 's-Hertogenbosch.
Op 2 januari 1986 kocht de Provincie Noord-Brabant de Bibliotheek en het Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap. Op 18 april van dat jaar beslisten Provinciale Staten dat de collectie ondergebracht zou gaan worden bij de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg (later dat jaar omgedoopt in Stichting Katholieke Hogeschool).
Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.
Meer foto's van de huisvesting van het Genootschap vindt u op onze Flickr-pagina.
![]() |
| Studiezaal Bibliotheek en Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (66) |
![]() |
| Bibliothecaris George Keukens in werkruimte Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (60) |
Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.
![]() |
| Medewerkers Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap Voorjaar 1986 |
donderdag 30 augustus 2012
Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)
Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,- werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.
Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
Gebruikte bronnen:
![]() |
| C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden) H 55 / 712.21 (3) |
![]() |
| Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Brabants Dagblad) H 55 / 712.22 (1) |
In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Gebruikte bronnen:
- Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)
dinsdag 28 augustus 2012
Van Tilburg naar Middelburg: transport van de Roman-Visscher-kaart
Op donderdag 16 augustus jl. werd de Roman-Visscher-kaart opgehaald door restaurator Marijn de Valk. Zij haalde de wandkaart uit de lijst en vervoerde deze op rol vanuit Tilburg naar haar atelier in Nieuw- en Sint Joosland, vlakbij Middelburg.
![]() |
| De Roman-Visscher-kaart hing tijdelijk in het Regionaal Archief Tilburg (RAT): de lijst werd van de muur gehaald en op de vloer gezet. |
![]() |
De drie lagen in de lijst worden getoond: de achterwand, het karton als buffer en de linnen drager van de kaart.
|
![]() |
| Voorzichtig wordt de wandkaart door de restaurator op een stevige kartonnen koker gerold. |
![]() |
| Vervolgens wordt de rol in zijn geheel met linnen omhuld. |
![]() |
| Met linten wordt de rol bijeen gehouden. |
![]() |
| Nu is de kaart klaar voor transport. |
donderdag 9 augustus 2012
1975-1984: St. Josephstraat
Met name in de jaren '60 en '70 breidde het personeelsbestand van het Genootschap zich langzaam maar zeker uit. In 1975 is men genoodzaakt het oude pand aan de Bethaniëstraat te verlaten en elders onderdak te zoeken.
Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.
Het pand aan de St. Josephstraat 1 ligt op de hoek met de Hinthamerstraat waar de Openbare Bibliotheek gevestigd is. De oorsprong van dit kolossale gebouw ligt in de dertiende eeuw. Tussen 1274 en 1281 werd hier het Heilige Geesthuis, ofwel de Tafel van de Heilige Geest, opgericht. In de Bossche volksmond stond het bekend als het 'Geefhuis'. De latere naamgeving was het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ofwel Huize Leonardus.
Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis' bevorderen.
Op 20 december 1975 wordt tussen de besturen van Stichting Openbare Bibliotheek 's-Hertogenbosch en het Genootschap een 'Overeenkomst van voorlopige samenwerking' ondertekend. De intentie was na te gaan of samenwerking tussen beide partijen mogelijk was. Een formele samenwerkingsovereenkomst kon uiteindelijk niet gerealiseerd worden, aangezien de opzet van beide partijen te zeer uiteen lag. Bovendien stond het Provinciaal Genootschap duidelijk het behoud van de eigen identiteit van de Genootschapsbibliotheek voor ogen.
Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.
Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976
Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.
![]() |
| Hoofdingang van Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap St. Josephstraat 1, 's-Hertogenbosch (Fotograaf: H. Eickholt) H 55 / 531.11 Anna (1) |
Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis' bevorderen.
![]() |
(Fotograaf: P.J. van der Heijden) H 55 / 1975 (13) |
![]() |
Ilse Mulder (links) en Dorine van Elderen (rechts) in de werkruimte St. Josephstraat, 1983
(Fotograaf: J.C. Steenbekkers)
H 55 / 712.21 (44)
|
Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.
Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976
donderdag 12 juli 2012
Bibliothecarissen in de periode 1869-1925
In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.
Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.
Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
| Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898 Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487) |
De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
| Portret van L.I.J. van der Steen Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0000669) |
In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.
Gebruikte bronnen:
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]
donderdag 28 juni 2012
Roman-Visscher-kaart nader onderzocht
Wanneer de waterschade aan de wandkaart is ontstaan, zal waarschijnlijk een mysterie blijven. Maar nu, aan de vooravond van de restauratie, moeten we eerst nog andere vragen oplossen. We gaan onderzoek doen naar de authenticiteit van deze kaart.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.
We zijn voornemens twee onderzoeken te laten verrichten door externe organisaties. Voordat de wandkaart gerestaureerd wordt, is het namelijk wenselijk de ouderdom van de linnen drager te achterhalen. Dit kan met behulp van de zogenaamde C14-datering. Op dit moment gaat de Brabant-Collectie na bij wie we dit kunnen laten uitvoeren. Tevens zal pigmentanalyse plaats vinden om te weten of de kaart werkelijk in de Gouden Eeuw met de hand is ingekleurd.
Begin mei kreeg de Brabant-Collectie groen licht voor het restauratieproject: de subsidieaanvraag werd gehonoreerd door de Provincie Noord-Brabant. Medio augustus zal de Roman-Visscher-kaart voor restauratie afreizen naar de stad waar Zacharias Roman actief was als boekverkoper en uitgever. Ook van onze wandkaart was hij de uitgever.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.
![]() |
| Achterzijde Roman-Visscherkaart: linnen drager |
![]() |
| Verdwenen en uitgelopen pigmenten (rood) bij stadsprofielen |
vrijdag 8 juni 2012
Waterschade aan de Roman-Visscher-kaart
Over de wijze van opslag van de Roman-Visscher-kaart na de aankoop door het Provinciaal Genootschap is weinig documentatie. We weten dat de kaart in het verleden zowel opgerold als gevouwen bewaard is geweest.
Op het moment dat de kaart in bezit kwam van het Genootschap werd al marginale waterschade geconstateerd. Echter, de ernst van de schade is nooit gedocumenteerd.
De waterschade laat zich als volgt omschrijven. Aan de onderrand van de kaart zijn kringen te zien. Dit tekstgedeelte bevat een historische beschrijving van het hertogdom Brabant, zowel in het Nederlands als in het Frans. Het patroon herhaalt zich een aantal maal, hetgeen erop wijst dat de schade is ontstaan toen de kaart (van links naar rechts) opgerold was. Langs de rechterkant is waterschade in het merendeel van de ingekleurde stadsgezichten zichtbaar. De rode pigmenten zijn hier soms verdwenen of uitgesmeerd over de luchtpartijen. Duidelijk is dat restauratie van deze waardevolle kaart hard nodig is.
De kaart is op linnen gemonteerd. Tijdens de restauratie zullen de delen met waterschade van deze drager worden losgehaald. In het tekstgedeelte van de kaart is verbruining van het papier geconstateerd; dit moet worden verminderd. De uitgelopen rode pigmenten op de stadsgezichten moeten worden verwijderd en de ontbrekende pigmenten en verkleuringen moeten door retouche opnieuw worden aangebracht.
Momenteel wordt de keuze voor een restaurator gemaakt.
Op het moment dat de kaart in bezit kwam van het Genootschap werd al marginale waterschade geconstateerd. Echter, de ernst van de schade is nooit gedocumenteerd.
![]() |
| Detail van de waterschade bij stadsgezicht 's-Hertogenbosch Roman-Visscher-kaart |
![]() |
| Rechterkant met waterschade Roman-Visscher-kaart |
De kaart is op linnen gemonteerd. Tijdens de restauratie zullen de delen met waterschade van deze drager worden losgehaald. In het tekstgedeelte van de kaart is verbruining van het papier geconstateerd; dit moet worden verminderd. De uitgelopen rode pigmenten op de stadsgezichten moeten worden verwijderd en de ontbrekende pigmenten en verkleuringen moeten door retouche opnieuw worden aangebracht.
Momenteel wordt de keuze voor een restaurator gemaakt.
donderdag 24 mei 2012
Het Provinciaal Genootschap en haar prijsuitschrijvingen
Geheel in de lijn van 18e eeuwse genootschappen organiseerde ook het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch vanaf het beginjaar 1837 prijsuitschrijvingen. Winnaars ontvingen eremedailles in goud: "Voor de beste en voldoende gekeurde verhandeling over het voorgestelde onderwerp, looft het Genootschap uit eene gouden Medaille, ter innerlijke waarde van honderd Guldens of de waarde derzelve, ter keuze van den Schrijver."
Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.
Het uitschrijven van dergelijke prijzen bleek in de praktijk niet echt te werken. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."
De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
"Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)." Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
In de Handelingen van 1854 lezen we:
"Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."
Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.
Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.
Gebruikte bronnen:
Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.
![]() |
| Beginpagina van de eerste Prijsuitschrijving van het Genootschap uit 1837 Vindplaats: CBM 657 B 01 1837/42 |
"Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."
De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
"Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)." Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
In de Handelingen van 1854 lezen we:
"Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."
Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.
Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.
Gebruikte bronnen:
- Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
- Handelingen, 1837-1842 / 1849-1855
donderdag 10 mei 2012
1925-1975: Bethaniëstraat 4 te 's-Hertogenbosch
Dankzij het legaat van C.P.D. Pape kon het Provinciaal Genootschap uit gaan kijken naar nieuwe huisvesting. Toevallig kwam men erachter dat het Rijk de voormalige Sint Jacobskerk buiten gebruik zou gaan stellen. Dit gebouw in de Bethaniëstraat, ook bekend onder de naam 'Het Arsenaal' of 'Groot Tuighuis', had al diverse functies vervuld, van kerk tot militaire kazerne. Het Genootschap kwam met de eigenaar, de Staat der Nederlanden, overeen het in erfpacht te nemen voor slechts tweehonderd gulden per jaar. Voor de verbouwing en restauratie van het pand trok men Oscar Leeuw uit Nijmegen aan. Medio 1924 werd begonnen met de werkzaamheden. Aan de binnenzijde werd de hal vergroot en ging het priesterkoor dienst doen als vergaderruimte. Op 8 juli 1925 werd het gebouw plechtig in gebruik genomen.
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat. Voorgevel van de tot museum van het Provinciaal Genootschap ingerichte voormalige St. Jacobskerk. Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0003067) |
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat. Leeszaal van het Provinciaal Genootschap. Links wethouder Manis Krijgsman, rechts Maurits Azijnman. Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0007377) |
Bibliotheek en museum werden gescheiden gehuisvest. Dankzij het nieuwe pand kon het Genootschap eindelijk zijn bezittingen volwaardig exposeren. De stad 's-Hertogenbosch stond haar collecties (o.a. schilderijen en gildezilver) in bruikleen af aan wat zou gaan heten het Centraal Noordbrabants Museum. Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris en tevens secretaris van het Genootschap, zorgde voor de inrichting. In 1927 werd het negentigjarig bestaan van het Genootschap gevierd met een expositie over Brabantse schilders. Een catalogus over deze expositie vindt u bij de Brabant-Collectie (vindplaats: CBM C 01719).
Gebruikte bronnen:
- BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
- Van de Ven, 1994, deel 1, p. 2-16
- Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
donderdag 26 april 2012
1865-1925: van de Korenbeurs naar de Boterhal
Lang heeft de Genootschapsbibliotheek niet kunnen genieten van de nieuwbouw aan de Papenhulst. In 1865 kregen de bibliotheeklokalen een andere bestemming: de Rijks Hogere School voor Middelbaar Onderwijs moest er ondergebracht worden. Bibliothecaris Hermans verzette zich hevig, maar ondanks zijn protest moest de bibliotheek ontruimd worden. In 1866 werd een tijdelijk onderdak gevonden in de bovenlokalen van de voormalige Korenbeurs aan de Orthenstraat.
In 1867 tekende de toenmalige voorzitter van het Genootschap, mr. R. Twiss, een contract met het stadsbestuur. Hierin werd toegezegd dat de gemeente zou zorgen voor een lokaal voor de berging van de boeken en verzamelingen. Het Genootschap van zijn kant legde vast zijn bezittingen niet zonder toestemming van de stad verkopen.
De gemeente startte, op haar kosten, met de constructie van twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal. Voorjaar 1868 werd de nieuwe huisvesting, gelegen aan de Pensmarkt, betrokken.
In 1869 overleed Hermans. Zijn langdurig ziekbed en de twee verhuizingen zorgden voor wanorde in de collectie. Verder had ook de zwakke bouwkundige constructie van de twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal zijn weerslag op de collectievorming. Al snel bleek dat de locatie niet berekend was op een dergelijk gewicht aan boeken. Regelmatig moest de gemeente bijspringen om het gebouw te stutten en steunen. Op zeker moment werd het gebouw zelfs gesloten wegens instortingsgevaar. Jan van Oudheusden citeert (2011, pag. 204): "Na elke vergadering was men blij weer heelhuids buiten te staan".
Besloten werd de doubletten te verkopen, de museumcollectie sterk uit te dunnen en de aankopen tot een minimum te beperken. In het nieuwe reglement van 1885 werd vastgelegd alleen nog aanwinsten met betrekking tot de geschiedenis van Noord-Brabant aan te kopen. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren op Brabantica.
Gebruikte bronnen:
![]() |
| Lithografie Korenbeurs en Graanhandel. 's-Hertogenbosch, 1855 |
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1868) Links: Voorgevel van de Boterhal in de steigers Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0065803) |
De gemeente startte, op haar kosten, met de constructie van twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal. Voorjaar 1868 werd de nieuwe huisvesting, gelegen aan de Pensmarkt, betrokken.
In 1869 overleed Hermans. Zijn langdurig ziekbed en de twee verhuizingen zorgden voor wanorde in de collectie. Verder had ook de zwakke bouwkundige constructie van de twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal zijn weerslag op de collectievorming. Al snel bleek dat de locatie niet berekend was op een dergelijk gewicht aan boeken. Regelmatig moest de gemeente bijspringen om het gebouw te stutten en steunen. Op zeker moment werd het gebouw zelfs gesloten wegens instortingsgevaar. Jan van Oudheusden citeert (2011, pag. 204): "Na elke vergadering was men blij weer heelhuids buiten te staan".
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Pensmarkt (ca. 1900) De Boterhal in gebruik als museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0009916) |
Besloten werd de doubletten te verkopen, de museumcollectie sterk uit te dunnen en de aankopen tot een minimum te beperken. In het nieuwe reglement van 1885 werd vastgelegd alleen nog aanwinsten met betrekking tot de geschiedenis van Noord-Brabant aan te kopen. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren op Brabantica.
In 1892 meldde de toenmalige bibliothecaris Van der Steen dat de de bibliotheek vol was, maar vele jaren moest hij zich nog behelpen. In 1922 diende zich een oplossing voor al deze problemen aan. In dat jaar ontving het Genootschap van C.P.D. Pape een legaat van 110.000 gulden. Eindelijk kon het Genootschap uitkijken naar een nieuw gebouw.
Gebruikte bronnen:
- BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
- Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
- Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
donderdag 12 april 2012
De collectie in de beginjaren
![]() |
| Lithografie van H. Palier P / P 13.2 (1) |
De collectie was in de beginperiode zeer algemeen van aard. Naast Brabantica waren er handboeken, naslagwerken en encyclopedieën. Er stonden kasten vol publicaties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hieronder bevonden zich prachtige atlassen en platenboeken over vogels, kruiden, medicinale planten, insecten en rariteitenverzamelingen. Ook archeologische voorwerpen en kunstobjecten vonden, vaak door schenkingen, een plekje bij het Genootschap. Zo beheerde de bibliothecaris een tijdlang een grote schelpencollectie. Op het gebied van Brabantse munten en penningen streefde men naar volledigheid. Door aankoop en schenking ontstond, aldus Van Oudheusden (2011), op deze manier een van de grootste numismatische collecties van Nederland. Deze collectie, inclusief de bijbehorende literatuur, bevindt zich tegenwoordig in het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch.
Hermans' overlijden in 1869 betekende een gevoelig verlies voor het Genootschap en de bibliotheek. Tijdens de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1870 werd zijn bibliotheek, aangevuld met een portet van de bibliothecaris in olieverf, voor het bedrag van 800 gulden aanvaard.
De verhuizingen en een langdurig ziekbed van Hermans hebben grote gevolgen gehad voor de collectie. Meer hierover in de volgende blogs.
Gebruikte bronnen:
- BHIC, archief Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
- Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
- Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
donderdag 29 maart 2012
1837-1865: van Latijnse School naar nieuwbouw Stedelijk Gymnasium
![]() |
| Prentbriefkaart van de Papenhulst te 's-Hertogenbosch, gezien in de richting van de Clarastraat (datering onbekend) Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0023869) |
Bij de oprichting van het Provinciaal Genootschap had de gemeente 's-Hertogenbosch twee lokalen in de Latijnse School aan de Papenhulst beschikbaar gesteld. Vanaf de beginjaren groeide het boekenbezit snel. Tevens werden archeologische voorwerpen en kunstobjecten aangeschaft. Dit alles bij elkaar maakte dat de huisvesting van het Provinciaal Genootschap door de jaren heen een heikel onderwerp werd. In 1848 schreef bibliothecaris C.R. Hermans in zijn 'Verslag betreffende de Bibliotheek en andere Verzamelingen':
"Gij weet het, Mijne Heeren! het locaal dat al deze verzamelingen bevatten moet, is geene openbare bibliotheek meer, neen, het is een pakhuis geworden."
In 1848 werd de Latijnse School omgevormd in een Stedelijk Gymnasium. In datzelfde jaar bleek uit een rapport van de 'Commissie tot Onderzoek der Lokalen der Provinciale Bibliotheek' dat de ongeveer 5.000 boeken en voorwerpen niet voldoende beveiligd waren tegen de aanhoudende regen. Door verschillende lekkages was een aantal werken beschadigd geraakt.
In 1848 werd de Latijnse School omgevormd in een Stedelijk Gymnasium. In datzelfde jaar bleek uit een rapport van de 'Commissie tot Onderzoek der Lokalen der Provinciale Bibliotheek' dat de ongeveer 5.000 boeken en voorwerpen niet voldoende beveiligd waren tegen de aanhoudende regen. Door verschillende lekkages was een aantal werken beschadigd geraakt.
Men besloot tot nieuwbouw over te gaan en hier ook het Stedelijk Gymnasium te huisvesten.
Architect J.H. Laffertée, tevens lid van het Genootschap, ontwierp het nieuwe gebouw aan de Papenhulst. Medio juni 1856 namen het Stedelijk Gymnasium en de Genootschapsbibliotheek hier hun intrek. Bovenstaande lithografie toont rechtsonder in beeld de "Plattegrond der eerste verdieping der Boekerij van het Provinciaal Genootschap in Noord-Brabant". De bibliotheek bevond zich op de eerste verdieping en Hermans kon via een binnendeur van zijn eigen woning naar binnen. Zo beschikte hij over een riante werksituatie, waarbij hij zijn schoolwerk kon combineren met zijn historisch onderzoek.
Gebruikte bronnen:
- BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
- Handelingen, 1848-1852
- Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
- Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
donderdag 22 maart 2012
De eerste voorzitter en zijn openingsrede
![]() |
| Lithografie van Baron A.J.L. van den Bogaerde van Terbrugge P / B 68.1 (2) |
- dominee Carel Willem Pape uit Heusden,
- zijn zoon Justus D.W. Pape,
- de Vughtse jonkheer en bewoner van het landgoed Piacenza, tevens verificateur der belastingen Hendrik Bernhard Martini van Geffen (1768-1848),
- de gouvernementsambtenaar Jan Menu,
- en de latere minister en rechter Mr. J.A. Mutsaers, een oud-studiegenoot van Hermans van het seminarie Beekvliet te St. Michielsgestel.
In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 staat een volledige lijst van "Bestuurderen en leden". Tijdens de opening hield baron Van den Bogaerde een klinkende redevoering, die hij opende met de volgende woorden:
![]() |
| Pag. 1 uit Handelingen, 1837 CBM 657 B01 1837/42 |
"De lust tot bevordering van Kunsten en Wetenschappen vereenigt ons in dit oogenblik, en legt ons de plegtige en belangrijke taak op, om de grondslagen te leggen van een genootschap, hetwelk, door Uwen ijver, Uwe kunde en Uwe werkzaamheden ondersteund, zal kunnen bijdragen tot den roem van dit gewest."
Hij verwees naar illustere instituten als de Royal Society in Londen en de Académie Française in Parijs en zei:
"Bij de oprigting van dit Genootschap, Mijneheeren! zult gij dat zelfde edele doel trachten te bereiken, en U op de beoefening der kunsten en wetenschappen toeleggen met dien ijver en die volharding, welke daartoe worden vereischt. Gij zult die beoefening als eene uitspanning beschouwen, en het voetspoor willen volgen van zoo vele verdienstelijke mannen, die, na het volbrengen van de verpligtingen aan hunnen stand verbonden, in de beoefening der letteren verademing zochten en vonden."
![]() |
| Pag. 23 uit Handelingen, 1837 CBM 657 B01 1837/42 |
Abonneren op:
Posts (Atom)




































