Posts tonen met het label bibliothecarissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliothecarissen. Alle posts tonen

dinsdag 5 maart 2013

Drs. J.A.M. Kuijlen (2006 - 2014)

Nadat Jaap Maessen in december 2005 met vroegpensioen ging, werd Jos Kuijlen voor een jaar aangesteld als bibliothecaris ad interim. Op 1 december 2006 volgde de officiële benoeming tot bibliothecaris van de Brabant-Collectie.

Jos Kuijlen is na het behalen van zijn HBS-B diploma in 1968, biologie gaan studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1976 ontving hij hiervoor zijn doctoraaldiploma. In 1982 en 1986 rondde hij de A- en B-richting af van de postdoctorale opleiding tot wetenschappelijk bibliothecaris aan de UvA. Hij bekleedde diverse functies bij de Tilburgse Universiteitsbibliotheek: hoofd van het Bibliotheek Informatie Centrum (1989-1993), plaatsvervangend bibliothecaris (1992-1993), adjunct-bibliothecaris gebruikersondersteuning (1993-1990), senior beleidsmedewerker bibliotheekzaken (1999-2001). Hij trekt in deze jaren diverse  projecten (o.a. KUBweb, elektronische studiegids) en neemt deel aan vele - ook landelijke - overlegstructuren. In 2001 wordt hij waarnemend hoofd Publieke Diensten bij de Wageningse Universiteitsbibliotheek.

In 2001 is hij terug in het Tilburgse om het project Brabantse Drukken te leiden. Dit behelst de inventarisatie en wetenschappelijke beschrijving van de boeken die van 1484 tot en met 1800 in Brabant zijn gedrukt. Jos put daarbij uit Brabantse drukken van de Brabant-Collectie, aangevuld met die van de Collectie Theologie en die van een aantal archieven in Brabant. De deskundigheid van Jos ligt op het gebied van oude drukken, handschriften en prenten. In 2004-2005 draagt hij in zijn hoedanigheid van coördinator Oude en Bijzondere Collecties (0.4 fte) hiervoor de zorg. Vermeldenswaard is dat hij in 1999-2000 namens Tilburg leider van het Europese project Elise II (1996-1999) was. In datzelfde jaar rondde hij in opdracht van de Provincie Noord-Brabant het onderzoek "Naar een erfgoed website voor Noord-Brabant" af.   

In zijn functie is Jos verantwoordelijk voor het beleid en de aansturing van het medewerkersteam van de Brabant-Collectie. Jos en de Brabant-Collectie staan nu - net als  bij het Elise II project - met het samenwerkingsverband Brabant-Cloud, waarbij een nieuwe digitale infrastructuur van het Brabantse erfgoed wordt ontwikkeld, voor een nieuwe uitdaging op het gebied van toegankelijkheid van beeldmateriaal.

donderdag 17 januari 2013

Drs. J.A.J. Maessen (1992-2005)

Nadat afdelingshoofd Gerard Kroes in 1990 met vroegpensioen ging, nam de Letteren- en Filosofiebibliothecaris, Jan Schoolmeesters, voor een korte periode het stokje van hem over. 
In 1992 kwam er een nieuwe organisatiestructuur bij de Brabant-Collectie, zoals de Genootschapsbibliotheek sinds begin 1987 was gaan heten. Besloten werd een aparte bibliothecaris aan te wijzen; in mei 1992 werd Jaap Maessen daartoe benoemd.

Maessen is op 26 februari 1945 in Den Haag geboren en studeerde geschiedenis in Utrecht. In 1978 ging hij werken bij de Genootschapsbibliotheek. Als onderzoeker werkte hij aan de Collectie Sinninghe en werd een deskundige op het gebied van de Brabantse geschiedenis. Na de verhuizing naar Tilburg ontwikkelde hij zich als een kenner op het gebied van de automatisering. Hij stond aan de wieg van de Brabant Databank en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Databank Topografisch-Historische Atlas (onderdeel van het door de EU gesubsidieerde ELISE-project). Hij wist twee spraakmakende en omvangrijke collecties voor de Brabant-Collectie te verwerven. In 1998 was dat de bruikleen van 1632 vintage prints van fotograaf Martien Coppens (de kerncollectie Martien Coppens genaamd) met daarbij meer dan 50 meter privé-archief. In het voorjaar van 2005 volgde de collectie Henk van der Heijden bestaande uit 200 kaarten en circa 40 atlassen van de Zeventien Provinciën. Verder zorgde Maessen ervoor dat Jeroen van de Ven een handschriftencatalogus van het bezit van de Brabant-Collectie kon samenstellen. Zelf ontfermde hij zich over het beschrijven van de collectie brieven.

Maessen was secretaris van de Bibliotheek Advies Commissie van de Brabant-Collectie; een commissie bestaande uit een aantal belangrijke adviseurs uit het Brabantse erfgoedveld. Hij schreef vier beleids-  en twee communicatieplannen. Hij was actief op het gebied van promotie en werkte samen met Ben Smit, Ineke Kuyer en Gerard Kroes aan de film "Om zoveel mogelijk de waanwijsheid te verdrijven: een programma over de Brabantica-collectie in Tilburg" (vindplaats: BENG DVD OMZO 1987). In deze film worden aan de hand van zes praktijkvoorbeelden de breedheid aan onderwerpen en gebruiksmogelijkheden van de Brabant-Collectie getoond. Een ander hoogtepunt was de deelname van de Brabant-Collectie aan de Drie Historische Dagen in 's-Hertogenbosch (1996)Maessen was tevens degene die bij de Provincie de belangstelling voor historische Brabantse fotografie en film deed aanwakkeren. December 2005 ging Maessen met vroegpensioen en werd opgevolgd door Jos Kuijlen.
Klik hier voor een literatuurlijst met enkele  publicaties van Jaap Maessen.

donderdag 8 november 2012

Drs. G.G.A.M. Keukens (1975-1986)


Bibliothecaris George Keukens in werkruimte
Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
Maker: J.C. Steenbekkers
H 55 / 712.21 (51)
Drs. George Keukens werd in 1944 in 's-Hertogenbosch geboren. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was onder andere leraar Nederlands aan de Thorbecke Scholengemeenschap in Utrecht. Op 1 augustus 1975 trad hij in dienst bij het Provinciaal Genootschap als bibliothecaris-vakreferent.

Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.

Er werden meer tentoonstellingen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld 'Zoete lieve tremmetje' over de geschiedenis van het openbaar vervoer in en om 's-Hertogenbosch (1879-1929-1979). In 1980 begon men met het samenstellen van de Brabantse Bibliografie. En in 1981 werd een start gemaakt met het ontsluiten van de collectie door middel van een kaartencatalogus, als vervanging van de Leidse boekjes.

Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.

George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.

Gebruikte bronnen:
  • Brabantia 24 (1975), nr. 5, p.192. Vindplaats T 0820
  • Brabants Historisch Informatie Centrum, Brabants Historisch Documentatiecentrum, inv.nr. 232

donderdag 25 oktober 2012

Drs. F.J.M. van de Ven (1960-1975)

 
Frans van de Ven (rechts) met assistente Ineke Kuijer (midden)
tijdens de afscheidsreceptie van mej. Dorenbosch
H 55 / 1974 (11e)
Drs. Frans van de Ven werd in 1932 in Oss geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis (specialisatie kunstgeschiedenis en economische geschiedenis). Vanaf 1958 was hij werkzaam in het VWO, van 1962 tot 1991 aan het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch. Van 1960 tot 1975 was hij tevens parttime bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek en secretaris van de Historische Sectie van het Provinciaal Genootschap. Hij publiceerde verschillende boeken en studies, met name over de geschiedenis van Noord-Brabant. Het bedrijf van zijn ouders vervoerde de vetten en oliën van de boterhandel en margarinefabriek Jurgens in Oss. Later zou Frans van de Ven hier uitgebreid over publiceren. Hij breidde niet alleen de collectie van de Genootschapsbibliotheek uit met boeken en prenten, maar legde tevens een indrukwekkende privé-collectie aan. Van de Ven had bijzondere belangstelling voor de Regio Maasland. Voor de Genootschapsbibliotheek kocht hij onder andere diverse etsen aan van Jan Heesters uit Schijndel. Een groot deel van zijn privé-collectie schilderijen, etsen, foto's en manuscripten is in 2009 verworven door het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen. Frans van de Ven woont en leeft in Berlicum. 

Afscheidsreceptie mej. Dorenbosch
13 mei 1974
H 55 / 1974 (3)
In de periode 1957-1974 was mej. Geertruida Dorenbosch ('s-Hertogenbosch 1908 - 's-Hertogenbosch 1996) hoofdassistente in de Genootschapsbibliotheek. Dorenbosch speelde een belangrijke rol in de bibliotheek. Ze regelde de dagelijkse gang van zaken, aangezien Van de Ven parttimer was. Tevens werkte zij boeken in en verschafte de gebruikers informatie. Met Kees Spierings stelde zij onder andere het boekje 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 1 samen. Deel 2 en 3 stelde zij samen met J.A.M. Roelands. Tijdens de officiële afscheidreceptie op 13 mei 1974 kreeg zij de Genootschapspenning in zilver uitgereikt; ze was de eerste vrouw die deze onderscheiding kreeg. Tevens kreeg zij op 1 december 1982 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt en op 21 september 1983 het Verzetsherdenkingskruis.

Gebruikte bronnen:
  • G.J.J.F.M. Dorenbosch, De genootschapspenning. In: Brabantia 25 (1976) nr 2, p. 68-71. Vindplaats: T 00820
  • donderdag 30 augustus 2012

    Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)

    Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,-  werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.
    
    C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden)
    H 55 / 712.21 (3)
    Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
     
    Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Brabants Dagblad)
    H 55 / 712.22 (1)
    In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
    Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.

    Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.

    In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.

    Gebruikte bronnen:
    • Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)

    donderdag 12 juli 2012

    Bibliothecarissen in de periode 1869-1925

    In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
    In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.

    Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
    

    Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487)
    De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.
    
    Portret van L.I.J. van der Steen
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch
    (nummer 0000669)
    De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
    In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
    Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.

    Gebruikte bronnen:
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]

    donderdag 15 maart 2012

    Cornelis Rudolphus Hermans (1805-1869)

    De eerste bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek
    
    C.R. Hermans
    Photographie van L. Stollenwerk
    P / H 54 (3)
    Op 22 februari 1805 werd Cornelis Rudolphus Hermans geboren te Oss als oudste zoon van Herman Gijsbert Hermans en Isabella van de Goor. Naast het beroep van goud- en zilversmid bekleedde zijn vader nog enkele openbare functies in Oss.
    C.R. Hermans bezocht achtereenvolgens het klein- en groot-seminarie te Sint-Michielsgestel en werd in 1830 conrector van de Latijnse school te Eindhoven. Aan de Universiteit van Leiden promoveerde hij in 1834 in de Letteren met zijn proefschrift over Brabantse schrijvers. Niet veel later werd hij benoemd tot rector aan de Latijnse school te 's-Hertogenbosch. Hier bleef hij tot zijn dood in 1869 werkzaam.

    Hermans was medeoprichter en eerste bibliothecaris van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. De Genootschapsbibliotheek was gehuisvest op de eerste verdieping van de Latijnse school aan de Papenhulst, en grensde aan het woonhuis van de rector.
    In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 wordt in het hoofdstuk "Wetten van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Braband" in artikel 19 het volgende geschreven "Over den Bibliothecaris":
    "De Bibliothecaris des Genootschaps, die te 's Hertogenbosch moet woonachtig zijn, en geene belooning geniet, heeft het opzigt over de boeken en andere voorwerpen van hetzelve, en is er verantwoordelijk voor. Hij zorgt, in overleg met het bestuur, op de minst kostbare wijze, voor hare doelmatige uitbreiding. Hij houdt aanteekening van alle voorwerpen, die, zoo door aankoop als door geschenken, de bibliotheek bezit en later verkrijgt. Hij geeft de boeken, die ter lezing gevraagd worden, tegen bewijs van ontvangst, uit en zorgt, dat hij, of iemand aan hem toe te voegen, in de leeskamer tegenwoordig zij, in de uren dat de bibliotheek voor het publiek open staat."

    Krijbolder (1994) ziet Hermans als de pionier van de Noordbrabantse geschiedbeoefening die jaren lang met de nodige volharding zijn zelfopgelegde taak het verleden van Noord-Brabant te ontsluiten uitvoerde. Naast bovengenoemde functies was Hermans vanaf 1841 gemeentearchivaris van 's-Hertogenbosch (vanaf 1849 archivaris honoris causa).

    Gedurende zijn loopbaan had Hermans veel contact met andere wetenschappers, vooral uit Nederland en België. In de loop der jaren heeft hij veel gepubliceerd. Krijbolder (1994) noemt hem een geschiedkundige autoriteit wiens raad in uiteenlopende kwesties werd gevraagd. Na zijn dood in 1869 werden al zijn boeken en handschriften vermaakt aan het Provinciaal Genootschap.

    Voor literatuurverwijzingen over C.R. Hermans klikt u hier.