vrijdag 21 december 2012

1986: verhuizing naar Tilburg

In 1986 verhuisde de bibliotheek en het prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap naar Tilburg en kreeg haar onderdak bij wat toen heette de Stichting Katholieke Hogeschool (later omgedoopt in Katholieke Universiteit Brabant, momenteel genaamd Tilburg University).
Vele honderden verhuisdozen kwamen er aan te pas om de collectie over te huizen. Duizenden boeken met leren banden en vele handschriften kwamen te voorschijn. De meest kostbare werken werden geplaatst in een kluis in het hoofdgebouw (het tegenwoordige gebouw C - Cobbenhagen Building). Voor de vele oude drukken werd in het magazijn een aparte ruimte gecreëerd, afgeschermd via een kooiconstructie van hout en gaas, voorzien van een toegangsdeur met hangslot. In de volksmond heette deze bewaarplaats 'het kippenhok'. De boeken en tijdschriften kwamen in de open opstelling terecht. Op 1 juli 1986 waren de bibliotheek en het prentenkabinet weer in bedrijf, mede dankzij het personeel dat eveneens vanuit 's-Hertogenbosch was overgekomen. Van hen zijn Ilse Mulder en Dorine van Elderen momenteel nog als informatiespecialist werkzaam. Op 6 februari 1987 werd de officiële overdrachtsverklaring getekend en kwam de naam Brabantica-Collectie in zwang.

Affiche uit 1986
Afdelingshoofd Gerard Kroes werd verantwoordelijk voor de collectie. Piet van Kempen, die zich onder meer bezig hield met het Bibliotheek Informatie Centrum, kreeg als conservator de zorg over de handschriften en oude drukken. Ineke Kuyer, mee overgekomen uit 's-Hertogenbosch, ontfermde zich over het in een aparte ruimte opgeslagen prentenkabinet. Jaap Maessen, eveneens meeverhuisd vanuit de oude locatie, hield zich bezig met de automatisering. Het trio Kuyer-Kroes-Maessen was de facto verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van wat langzamerhand de Brabant-Collectie ging heten.

De provincie had voor Tilburg gekozen vanwege de bibliotheekautomatisering. De catalogi bestonden nog uit Leidse boekjes en ouderwetse fiches in ladenbakken; deze moesten op termijn vervangen worden. Afgesproken werd dat alle boektitels in een geautomatiseerd systeem zouden worden opgenomen en dat er een gemeenschappelijke 'Brabantica-catalogus' zou komen: de huidige Brabant Databank. Deze databank bevat nu bijna 100.000 beschrijvingen van boeken, tijdschriftartikelen en hoofdstukken uit boeken over heden en verleden van de provincie Noord-Brabant en haar bewoners. Het werd de vervanger van de jaarlijks verschijnende, gedrukte Brabantse Bibliografie. Voor het prentenkabinet werd een aparte database opgesteld: de Databank Topografisch-Historische Atlas. Drijvende kracht achter de automatisering was Peter Keijzers.

maandag 17 december 2012

Restauratie Roman-Visscher-kaart

Op 21 november jl. heeft de Brabant-Collectie een bezoek gebracht aan het restauratieatelier van Marijn de Valk in Nieuw- en Sint Joosland. De Roman-Visscher-kaart troffen we opgespannen in een raamwerk aan.

Geremargeerde Roman-Visscher-kaart (in raamwerk)
Voor het relaxeren en opweken van lijmlagen is de wandkaart, vlak liggend op een grote tafel, gedurende twee dagen in een vochtkamer geweest. De relatieve vochtigheid werd langzaam omhoog gebracht, zodat er geen risico was op het uitlopen van pigmenten. Vervolgens kon de kaart plaatselijk van de linnen drager losgemaakt worden. Aan de achterzijde werd het papier opgelicht zodat er aan gewerkt kon worden. De meest hinderlijke watervlekken in het papier werden als het ware uitgedrukt. De bruine, grillige kringen van de vlekken zijn, met name in de tekst, nagenoeg niet meer zichtbaar.

In de stadsprofielen is het papier uitermate bros. Zwakke plekken in het gehavende papier werden verstevigd en teruggeplaatst op het linnen. Soms werd er vanaf de voorzijde gewerkt.

Retouche zal daar waar de kleuren verdwenen zijn nog worden aangebracht, zoals in kaders en luchten.

Aan de randen van de kaart zijn met tarwestijfsel stroken dik Japans papier gemonteerd. Dit wordt het remargeren van de kaart genoemd. Door de bevestiging in een spanraam wordt de wandkaart nog vlakker getrokken.

donderdag 22 november 2012

Ontwikkelingen in het derde kwart van de 20ste eeuw

Na de oorlogsjaren en de belangrijke reglementswijziging brak er een tijd aan waarin de koers werd verlegd van een besloten naar een meer publieksgerichte instelling. De toenmalige voorzitter, August Commissaris, wees het Genootschap in zijn jaarrede van 1956 op de noodzaak van een keuze. Daarmee legde hij de grondslag voor een hervorming die in 1959 leidde tot een officiële bevordering van het Genootschap tot Culturele Raad voor Noord-Brabant. 

Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok. 

Een van de getoonde werken bij de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant'
 Tilburg - Markt, Grote Kerk en Raadhuis (ca. 1850)
Vindplaats: T 34 / 121 Mark (3)
Een jaar daarvoor vierde het Genootschap haar 125 jarig jubileum. Dit jubileum werd opgeluisterd met de tentoonstelling van de Collectie Peynenburg van 27 april - 24 juni 1962. Door de nieuwe koers ontstond een nieuwe categorie secties zoals toneel, muziek, cultuurverspreiding, film, beeldende kunst en literatuur. Deze secties waren klein en hadden een beleidsadviesfunctie. De oude secties waren verenigingen op zich die zelf actief waren op het terrein van hun belangstelling. In deze splitsing van Genootschap- en Culturele Raadfunctie lag de kiem van de latere splitsing. In 1970 werden voorbereidingen getroffen voor een afzonderlijke Culturele Raad. In 1973 was dit een feit.
 
Gebruikte bronnen:

  • F.J.M. van de Ven, Anderhalve eeuw Noord-Brabants Genootschap 1837-1987. Vindplaats: BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216. Brabants Historisch Informatiecentrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 8 november 2012

Drs. G.G.A.M. Keukens (1975-1986)


Bibliothecaris George Keukens in werkruimte
Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
Maker: J.C. Steenbekkers
H 55 / 712.21 (51)
Drs. George Keukens werd in 1944 in 's-Hertogenbosch geboren. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was onder andere leraar Nederlands aan de Thorbecke Scholengemeenschap in Utrecht. Op 1 augustus 1975 trad hij in dienst bij het Provinciaal Genootschap als bibliothecaris-vakreferent.

Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.

Er werden meer tentoonstellingen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld 'Zoete lieve tremmetje' over de geschiedenis van het openbaar vervoer in en om 's-Hertogenbosch (1879-1929-1979). In 1980 begon men met het samenstellen van de Brabantse Bibliografie. En in 1981 werd een start gemaakt met het ontsluiten van de collectie door middel van een kaartencatalogus, als vervanging van de Leidse boekjes.

Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.

George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.

Gebruikte bronnen:
  • Brabantia 24 (1975), nr. 5, p.192. Vindplaats T 0820
  • Brabants Historisch Informatie Centrum, Brabants Historisch Documentatiecentrum, inv.nr. 232

donderdag 25 oktober 2012

Drs. F.J.M. van de Ven (1960-1975)

 
Frans van de Ven (rechts) met assistente Ineke Kuijer (midden)
tijdens de afscheidsreceptie van mej. Dorenbosch
H 55 / 1974 (11e)
Drs. Frans van de Ven werd in 1932 in Oss geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis (specialisatie kunstgeschiedenis en economische geschiedenis). Vanaf 1958 was hij werkzaam in het VWO, van 1962 tot 1991 aan het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch. Van 1960 tot 1975 was hij tevens parttime bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek en secretaris van de Historische Sectie van het Provinciaal Genootschap. Hij publiceerde verschillende boeken en studies, met name over de geschiedenis van Noord-Brabant. Het bedrijf van zijn ouders vervoerde de vetten en oliën van de boterhandel en margarinefabriek Jurgens in Oss. Later zou Frans van de Ven hier uitgebreid over publiceren. Hij breidde niet alleen de collectie van de Genootschapsbibliotheek uit met boeken en prenten, maar legde tevens een indrukwekkende privé-collectie aan. Van de Ven had bijzondere belangstelling voor de Regio Maasland. Voor de Genootschapsbibliotheek kocht hij onder andere diverse etsen aan van Jan Heesters uit Schijndel. Een groot deel van zijn privé-collectie schilderijen, etsen, foto's en manuscripten is in 2009 verworven door het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen. Frans van de Ven woont en leeft in Berlicum. 

Afscheidsreceptie mej. Dorenbosch
13 mei 1974
H 55 / 1974 (3)
In de periode 1957-1974 was mej. Geertruida Dorenbosch ('s-Hertogenbosch 1908 - 's-Hertogenbosch 1996) hoofdassistente in de Genootschapsbibliotheek. Dorenbosch speelde een belangrijke rol in de bibliotheek. Ze regelde de dagelijkse gang van zaken, aangezien Van de Ven parttimer was. Tevens werkte zij boeken in en verschafte de gebruikers informatie. Met Kees Spierings stelde zij onder andere het boekje 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 1 samen. Deel 2 en 3 stelde zij samen met J.A.M. Roelands. Tijdens de officiële afscheidreceptie op 13 mei 1974 kreeg zij de Genootschapspenning in zilver uitgereikt; ze was de eerste vrouw die deze onderscheiding kreeg. Tevens kreeg zij op 1 december 1982 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt en op 21 september 1983 het Verzetsherdenkingskruis.

Gebruikte bronnen:
  • G.J.J.F.M. Dorenbosch, De genootschapspenning. In: Brabantia 25 (1976) nr 2, p. 68-71. Vindplaats: T 00820
  • donderdag 11 oktober 2012

    Ontwikkelingen in de eerste helft van de 20e eeuw

    In 1925 werd jonkheer Mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (1852-1939) verkozen tot voorzitter van het Provinciaal Genootschap. Hij was een erudiet man met vele publicaties over de geschiedenis van ons gewest op zijn naam, waaronder het bekende driedelige boekwerk "De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen" (1910). Hij voerde het persoonlijke beheer over de prenten- en handschriftenverzameling van het Genootschap en bracht ook een nieuwe catalogus uit. Veel prenten en tekeningen, die hij op veilingen of elders kocht, schonk hij aan het Genootschap. Ook zorgde hij voor financiële ondersteuning.
    Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.

    20 april 1932, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    Viering 80e verjaardag van jhr. mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt
    (midden foto, gezeten op stoel)
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0033289)
    In 1937 bestond het Genootschap 100 jaar. Gezien de tijdsomstandigheden werd dit sober gevierd. Aanwezigen waren onder andere prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne (minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) en jhr. mr. dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (commissaris van de Koningin in Noord-Brabant). Het Algemeen Handelsblad deed uitgebreid verslag van de bijeenkomst op 8 maart van dat jaar.

    8 maart 1937, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    Eeuwfeest van het Provinciaal Genootschap. Staande links prof. dr. J.R. Slotemaker de Bruïne,
    staande rechts jhr. mr. van Sasse van IJsselt
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0028890)
    De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.

    Gebruikte bronnen:
    • F.J.M. van de Ven: Anderhalve eeuw Noordbrabants Genootschap 1837-1987. BRA G3 VEN 1987
    • Archief van het Provinciaal  Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216.
      Brabants Historisch Informatie Centrum, 's-Hertogenbosch

    donderdag 20 september 2012

    1984-1986: Nachtegaalslaantje

    In 1984 wordt het Provinciaal Genootschap opnieuw geconfronteerd met een verhuizing. Bibliotheek en Prentenkabinet gaan terug naar de oude standplaats; het gebouw van het Stedelijk Gymnasium aan het Nachtegaalslaantje nummer 1 te 's-Hertogenbosch.

    Studiezaal Bibliotheek en Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap
    Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
    Maker: J.C. Steenbekkers
    H 55 / 712.21 (66)
    Bibliothecaris George Keukens in werkruimte
    Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
    Maker: J.C. Steenbekkers
    H 55 / 712.21 (60)
    Op 2 januari 1986 kocht de Provincie Noord-Brabant de Bibliotheek en het Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap. Op 18 april van dat jaar beslisten Provinciale Staten dat de collectie ondergebracht zou gaan worden bij de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg (later dat jaar omgedoopt in Stichting Katholieke Hogeschool).
    Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.

    Medewerkers Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap
    Voorjaar 1986
    Meer foto's van de huisvesting van het Genootschap vindt u op onze Flickr-pagina.

    donderdag 30 augustus 2012

    Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)

    Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,-  werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.
    
    C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden)
    H 55 / 712.21 (3)
    Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
     
    Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Brabants Dagblad)
    H 55 / 712.22 (1)
    In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
    Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.

    Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.

    In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.

    Gebruikte bronnen:
    • Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)

    dinsdag 28 augustus 2012

    Van Tilburg naar Middelburg: transport van de Roman-Visscher-kaart

    Op donderdag 16 augustus jl. werd de Roman-Visscher-kaart opgehaald door restaurator Marijn de Valk. Zij haalde de wandkaart uit de lijst en vervoerde deze op rol vanuit Tilburg naar haar atelier in Nieuw- en Sint Joosland, vlakbij Middelburg.
    De Roman-Visscher-kaart hing tijdelijk in het Regionaal Archief Tilburg (RAT): de lijst werd van de muur gehaald en op de vloer gezet.
    
    In de studiezaal van het Regionaal Archief Tilburg staan medewerkers RAT en conservator Emy Thorissen (Brabant-Collectie) bij de op de tafel gelegde wandkaart.


    Restaurator Marijn de Valk opent de lijst.
    De drie lagen in de lijst worden getoond: de achterwand, het karton als buffer en de linnen drager van de kaart.
    Voorzichtig wordt de wandkaart door de restaurator op een stevige kartonnen koker gerold.
    
    
    Vervolgens wordt de rol in zijn geheel met linnen omhuld.
      
    
    Met linten wordt de rol bijeen gehouden.
     
    Nu is de kaart klaar voor transport.

    donderdag 9 augustus 2012

    1975-1984: St. Josephstraat

    Met name in de jaren '60 en '70 breidde het personeelsbestand van het Genootschap zich langzaam maar zeker uit. In 1975 is men genoodzaakt het oude pand aan de Bethaniëstraat te verlaten en elders onderdak te zoeken.
    Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.

    
    Hoofdingang van Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap
    St. Josephstraat 1, 's-Hertogenbosch
    (Fotograaf: H. Eickholt)
    H 55 / 531.11 Anna (1)
    Het pand aan de St. Josephstraat 1 ligt op de hoek met de Hinthamerstraat waar de Openbare Bibliotheek gevestigd is. De oorsprong van dit kolossale gebouw ligt in de dertiende eeuw. Tussen 1274 en 1281 werd hier het Heilige Geesthuis, ofwel de Tafel van de Heilige Geest, opgericht. In de Bossche volksmond stond het bekend als het 'Geefhuis'. De latere naamgeving was het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ofwel Huize Leonardus.
    Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis'  bevorderen.

    Verhuizer aan het werk in Bethaniëstraat
    (Fotograaf: P.J. van der Heijden)

    H 55 / 1975 (13)
    Ilse Mulder (links) en Dorine van Elderen (rechts) in de werkruimte St. Josephstraat, 1983
    (Fotograaf: J.C. Steenbekkers)
    H 55 / 712.21 (44)
    Op 20 december 1975 wordt tussen de besturen van Stichting Openbare Bibliotheek 's-Hertogenbosch en het Genootschap een 'Overeenkomst van voorlopige samenwerking' ondertekend. De intentie was na te gaan of samenwerking tussen beide partijen mogelijk was. Een formele samenwerkingsovereenkomst kon uiteindelijk niet gerealiseerd worden, aangezien de opzet van beide partijen te zeer uiteen lag. Bovendien stond het Provinciaal Genootschap duidelijk het behoud van de eigen identiteit van de Genootschapsbibliotheek voor ogen.

    Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.

    Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976

    donderdag 26 juli 2012

    Collectievorming begin 20e eeuw

    Bibliothecaris H. Heynen begon in 1871 met de reorganisatie van de bibliotheek en het samenstellen van een alfabetische catalogus. De collectie werd regelmatig uitgebreid dankzij schenkingen. Door de aanwezigheid van het garnizoen kwam het Genootschap in het bezit van vrij veel publicaties van krijgskundige aard. In de beginperiode verzamelde men nog breed, waardoor in de collectie ook fraaie atlassen, platenboeken en boeken over vogels, naturaliën, medicinale planten etc. voorkwamen.

    Aquarel Kasteel Heeswijk
    H 41.2 / 820.11 (20)
    Begin 20e eeuw deed een unieke kans zich voor de collectie verder uit te breiden. Baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge en zijn zonen Louis en Albéric hadden hun omvangrijke kunstverzameling van enkele duizenden voorwerpen bijeengebracht in kasteel Heeswijk en later kasteel Nemelaer. Van Oudheusden (2011) noemt dit een van de grootste en meest opmerkelijke particuliere kunstverzamelingen die in Noord-Brabant hebben bestaan. Tussen 1899 en 1902 werd het leeuwendeel van deze collectie, variërend van meubels en schilderijen tot prenten en harnassen, door de erfgenamen geveild. In 'Het Verslag van den Bibliothecaris over het jaar 1902/3' (Handelingen, 1893-1909) lezen we hierover:
    "De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
    Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
    Genootschap.

    In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:

    "Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."

    Gebruikte bronnen:
    • Van Oudheusden, 2011, pag. 190-205
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1893-1909. Deel 1897-1903 [CBM 657 B 01 1893/1909]
    Voor een volledig overzicht van geraadpleegde bronnen klik hier.

    donderdag 12 juli 2012

    Bibliothecarissen in de periode 1869-1925

    In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
    In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.

    Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
    

    Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487)
    De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.
    
    Portret van L.I.J. van der Steen
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch
    (nummer 0000669)
    De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
    In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
    Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.

    Gebruikte bronnen:
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]

    donderdag 28 juni 2012

    Roman-Visscher-kaart nader onderzocht

    Wanneer de waterschade aan de wandkaart is ontstaan, zal waarschijnlijk een mysterie blijven. Maar nu, aan de vooravond van de restauratie, moeten we eerst nog andere vragen oplossen. We gaan onderzoek doen naar de authenticiteit van deze kaart.
    De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.

    Achterzijde Roman-Visscherkaart: linnen drager
    We zijn voornemens twee onderzoeken te laten verrichten door externe organisaties. Voordat de wandkaart gerestaureerd wordt, is het namelijk wenselijk de ouderdom van de linnen drager te achterhalen. Dit kan met behulp van de zogenaamde C14-datering. Op dit moment gaat de Brabant-Collectie na bij wie we dit kunnen laten uitvoeren. Tevens zal pigmentanalyse plaats vinden om te weten of de kaart werkelijk in de Gouden Eeuw met de hand is ingekleurd.

    Verdwenen en uitgelopen pigmenten (rood) bij stadsprofielen
    Begin mei kreeg de Brabant-Collectie groen licht voor het restauratieproject: de subsidieaanvraag werd gehonoreerd door de Provincie Noord-Brabant. Medio augustus zal de Roman-Visscher-kaart voor restauratie afreizen naar de stad waar Zacharias Roman actief was als boekverkoper en uitgever. Ook van onze wandkaart was hij de uitgever.

    vrijdag 8 juni 2012

    Waterschade aan de Roman-Visscher-kaart

    Over de wijze van opslag van de Roman-Visscher-kaart na de aankoop door het Provinciaal Genootschap is weinig documentatie. We weten dat de kaart in het verleden zowel opgerold als gevouwen bewaard is geweest.
    Op het moment dat de kaart in bezit kwam van het Genootschap werd al marginale waterschade geconstateerd. Echter, de ernst van de schade is nooit gedocumenteerd.
    
    Detail van de waterschade bij stadsgezicht 's-Hertogenbosch
    Roman-Visscher-kaart
    De waterschade laat zich als volgt omschrijven. Aan de onderrand van de kaart zijn kringen te zien. Dit tekstgedeelte bevat een historische beschrijving van het hertogdom Brabant, zowel in het Nederlands als in het Frans. Het patroon herhaalt zich een aantal maal, hetgeen erop wijst dat de schade is ontstaan toen de kaart (van links naar rechts) opgerold was. Langs de rechterkant is waterschade in het merendeel van de ingekleurde stadsgezichten zichtbaar. De rode pigmenten zijn hier soms verdwenen of uitgesmeerd over de luchtpartijen. Duidelijk is dat restauratie van deze waardevolle kaart hard nodig is.
    
    Rechterkant met waterschade
    Roman-Visscher-kaart
    
    De kaart is op linnen gemonteerd. Tijdens de restauratie zullen de delen met waterschade van deze drager worden losgehaald. In het tekstgedeelte van de kaart is verbruining van het papier geconstateerd; dit moet worden verminderd. De uitgelopen rode pigmenten op de stadsgezichten moeten worden verwijderd en de ontbrekende pigmenten en verkleuringen moeten door retouche opnieuw worden aangebracht.
    Momenteel wordt de keuze voor een restaurator gemaakt.

    donderdag 24 mei 2012

    Het Provinciaal Genootschap en haar prijsuitschrijvingen

    Geheel in de lijn van 18e eeuwse genootschappen organiseerde ook het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch vanaf het beginjaar 1837 prijsuitschrijvingen. Winnaars ontvingen eremedailles in goud: "Voor de beste en voldoende gekeurde verhandeling over het voorgestelde onderwerp, looft het Genootschap uit eene gouden Medaille, ter innerlijke waarde van honderd Guldens of de waarde derzelve, ter keuze van den Schrijver."
    Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.

    Beginpagina van de eerste Prijsuitschrijving van het Genootschap uit 1837
    Vindplaats: CBM 657 B 01 1837/42
    Het uitschrijven van dergelijke prijzen bleek in de praktijk niet echt te werken. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
    "Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."

    De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
    "Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)."  Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
    In de Handelingen van 1854 lezen we:
    "Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
    De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
    "De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."

    Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.

    Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.

    Gebruikte bronnen:
    • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
    • Handelingen, 1837-1842 / 1849-1855
    Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

    donderdag 10 mei 2012

    1925-1975: Bethaniëstraat 4 te 's-Hertogenbosch

    
    's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
    Voorgevel van de tot museum van het Provinciaal Genootschap ingerichte voormalige St. Jacobskerk.
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0003067)
    Dankzij het legaat van C.P.D. Pape kon het Provinciaal Genootschap uit gaan kijken naar nieuwe huisvesting. Toevallig kwam men erachter dat het Rijk de voormalige Sint Jacobskerk buiten gebruik zou gaan stellen. Dit gebouw in de Bethaniëstraat, ook bekend onder de naam 'Het Arsenaal' of 'Groot Tuighuis', had al diverse functies vervuld, van kerk tot militaire kazerne. Het Genootschap kwam met de eigenaar, de Staat der Nederlanden, overeen het in erfpacht te nemen voor slechts tweehonderd gulden per jaar. Voor de verbouwing en restauratie van het pand trok men Oscar Leeuw uit Nijmegen aan. Medio 1924 werd begonnen met de werkzaamheden. Aan de binnenzijde werd de hal vergroot en ging het priesterkoor dienst doen als vergaderruimte. Op 8 juli 1925 werd het gebouw plechtig in gebruik genomen.
    's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
    Leeszaal van het Provinciaal Genootschap. Links wethouder Manis Krijgsman, rechts Maurits Azijnman.
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0007377)
    Bibliotheek en museum werden gescheiden gehuisvest. Dankzij het nieuwe pand kon het Genootschap eindelijk zijn bezittingen volwaardig exposeren. De stad 's-Hertogenbosch stond haar collecties (o.a. schilderijen en gildezilver) in bruikleen af aan wat zou gaan heten het Centraal Noordbrabants Museum. Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris en tevens secretaris van het Genootschap, zorgde voor de inrichting. In 1927 werd het negentigjarig bestaan van het Genootschap gevierd met een expositie over Brabantse schilders. Een catalogus over deze expositie vindt u bij de Brabant-Collectie (vindplaats: CBM C 01719).
    Gebruikte bronnen:
    • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
    • Van de Ven, 1994, deel 1, p. 2-16
    • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
    Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

    donderdag 26 april 2012

    1865-1925: van de Korenbeurs naar de Boterhal

    Lang heeft de Genootschapsbibliotheek niet kunnen genieten van de nieuwbouw aan de Papenhulst. In 1865 kregen de bibliotheeklokalen een andere bestemming: de Rijks Hogere School voor Middelbaar Onderwijs moest er ondergebracht worden. Bibliothecaris Hermans verzette zich hevig, maar ondanks zijn protest moest de bibliotheek ontruimd worden. In 1866 werd een tijdelijk onderdak gevonden in de bovenlokalen van de voormalige Korenbeurs aan de Orthenstraat.
    Lithografie Korenbeurs en Graanhandel.
    's-Hertogenbosch, 1855
    In 1867 tekende de toenmalige voorzitter van het Genootschap, mr. R. Twiss, een contract met het stadsbestuur. Hierin werd toegezegd dat de gemeente zou zorgen voor een lokaal voor de berging van de boeken en verzamelingen. Het Genootschap van zijn kant legde vast zijn bezittingen niet zonder toestemming van de stad verkopen.

    's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1868)
    Links: Voorgevel van de Boterhal in de steigers
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0065803)

    De gemeente startte, op haar kosten, met de constructie van twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal. Voorjaar 1868 werd de nieuwe huisvesting, gelegen aan de Pensmarkt, betrokken.
    In 1869 overleed Hermans. Zijn langdurig ziekbed en de twee verhuizingen zorgden voor wanorde in de collectie. Verder had ook de zwakke bouwkundige constructie van de twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal zijn weerslag op de collectievorming. Al snel bleek dat de locatie niet berekend was op een dergelijk gewicht aan boeken. Regelmatig moest de gemeente bijspringen om het gebouw te stutten en steunen. Op zeker moment werd het gebouw zelfs gesloten wegens instortingsgevaar. Jan van Oudheusden citeert (2011, pag. 204): "Na elke vergadering was men blij weer heelhuids buiten te staan".

    
    's-Hertogenbosch, Pensmarkt (ca. 1900)
    De Boterhal in gebruik als museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0009916)
    
    Besloten werd de doubletten te verkopen, de museumcollectie sterk uit te dunnen en de aankopen tot een minimum te beperken. In het nieuwe reglement van 1885 werd vastgelegd alleen nog aanwinsten met betrekking tot de geschiedenis van Noord-Brabant aan te kopen. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren op Brabantica.
    's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1922)
    Inrichting van de voormalige Vleeshal/Boterhal tot museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
    Bron: Stadarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0026561)

    In 1892 meldde de toenmalige bibliothecaris Van der Steen dat de de bibliotheek vol was, maar vele jaren moest hij zich nog behelpen. In 1922 diende zich een oplossing voor al deze problemen aan. In dat jaar ontving het Genootschap van C.P.D. Pape een legaat van 110.000 gulden. Eindelijk kon het Genootschap uitkijken naar een nieuw gebouw.

    Gebruikte bronnen:
    • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
    • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
    • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
    Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.