![]() |
| Titelpagina, Handelingen, 1837 CBM 657 B01 1837/42 |
Krijbolder (1994) schrijft dat Hermans het als zijn levenstaak zag af te rekenen met het negatieve imago van Noord-Brabant door bestudering en ontsluiting van het in zijn ogen grootse verleden van dit gewest. Het was Hermans een doorn in het oog dat in de gangbare literatuur weinig tot niets over Brabant terug te vinden was. In zijn dissertatie had Hermans plannen ontvouwd om tot een alomvattende geschiedschrijving van elke provincie te komen. Op de eerste plaats zouden er provinciale bibliotheken moeten komen. Aangezien volgens Hermans een dergelijk instituut pas nuttig zou worden als mensen met belangstelling voor geschiedenis de 'er opgeborgen schatten' zouden gaan onderzoeken, pleitte hij voor de oprichting van een literair genootschap ter bestudering van taal, geschiedenis en oudheden van Noord-Brabant. In 1837 leidde dit streven tot de oprichting van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.
![]() |
| Pag. 67, Handelingen, 1837 CBM 657 B01 1837/42 |
"Het doel van het Genootschap is, bevordering van kunsten en wetenschappen in het algemeen, en meer in het bijzonder in de provincie Noord-Braband.”
Klik hier voor literatuur over het Genootschap.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten