Posts tonen met het label Cornelis Rudolf Hermans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cornelis Rudolf Hermans. Alle posts tonen

donderdag 12 april 2012

De collectie in de beginjaren


Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Provinciaal Genootschap was de oprichting van een wetenschappelijke bibliotheek in Noord-Brabant. C.R. Hermans  was de aangewezen persoon om dit op touw te zetten. Hij stond aan de wieg van wat later uitgroeide tot de grootste collectie Brabantica ter wereld. De provincie Noord-Brabant ondersteunde het Genootschap vanaf het begin: in 1837 werd 1.000 gulden toegezegd. Dit geld, plus inkomsten uit contributies van de 341 leden, werd vooral besteed aan de bibliotheek. Verder groeide de collectie door schenkingen van zowel genootschapsleden als van wetenschappelijke verenigingen en andere genootschappen in Nederland en België.

Lithografie van H. Palier
P / P 13.2 (1)
Mede-initiatiefnemer van het Genootschap, de drukker Hendrik Palier, schonk gedurende zijn leven boekbanden en manuscripten uit zijn eigen collectie. Maar het grootste deel daarvan kwam pas na zijn dood in 1853 door aankoop in het bezit van het Genootschap. In dat jaar bezat de bibliotheek al meer dan 14.000 boekbanden. Dit aantal steeg in 1862 door verdere aankopen tot 20.000 delen.
De collectie was in de beginperiode zeer algemeen van aard. Naast Brabantica waren er handboeken, naslagwerken en encyclopedieën. Er stonden kasten vol publicaties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hieronder bevonden zich prachtige atlassen en platenboeken over vogels, kruiden, medicinale planten, insecten en rariteitenverzamelingen. Ook archeologische voorwerpen en kunstobjecten vonden, vaak door schenkingen, een plekje bij het Genootschap. Zo beheerde de bibliothecaris een tijdlang een grote schelpencollectie. Op het gebied van Brabantse munten en penningen streefde men naar volledigheid. Door aankoop en schenking ontstond, aldus Van Oudheusden (2011), op deze manier een van de grootste numismatische collecties van Nederland. Deze collectie, inclusief de bijbehorende literatuur, bevindt zich tegenwoordig in het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch.

Hermans' overlijden in 1869 betekende een gevoelig verlies voor het Genootschap en de bibliotheek. Tijdens de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1870 werd zijn bibliotheek, aangevuld met een portet van de bibliothecaris in olieverf, voor het bedrag van 800 gulden aanvaard.
De verhuizingen en een langdurig ziekbed van Hermans hebben grote gevolgen gehad voor de collectie. Meer hierover in de volgende blogs.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 29 maart 2012

1837-1865: van Latijnse School naar nieuwbouw Stedelijk Gymnasium


Prentbriefkaart van de Papenhulst te 's-Hertogenbosch,
gezien in de richting van de Clarastraat (datering onbekend)
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0023869)
Bij de oprichting van het Provinciaal Genootschap had de gemeente 's-Hertogenbosch twee lokalen in de Latijnse School aan de Papenhulst beschikbaar gesteld. Vanaf de beginjaren groeide het boekenbezit snel. Tevens werden archeologische voorwerpen en kunstobjecten aangeschaft. Dit alles bij elkaar maakte dat de huisvesting van het Provinciaal Genootschap door de jaren heen een heikel onderwerp werd. In 1848 schreef bibliothecaris C.R. Hermans in zijn 'Verslag betreffende de Bibliotheek en andere Verzamelingen':
"Gij weet het, Mijne Heeren! het locaal dat al deze verzamelingen bevatten moet, is geene openbare bibliotheek meer, neen, het is een pakhuis geworden."
In 1848 werd de Latijnse School omgevormd in een Stedelijk Gymnasium. In datzelfde jaar bleek uit een rapport van de 'Commissie tot Onderzoek der Lokalen der Provinciale Bibliotheek' dat de ongeveer 5.000 boeken en voorwerpen niet voldoende beveiligd waren tegen de aanhoudende regen. Door verschillende lekkages was een aantal werken beschadigd geraakt.

Lithografie van het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch
H 55 / 620.11 Sted (1)
Men besloot tot nieuwbouw over te gaan en hier ook het Stedelijk Gymnasium te huisvesten.
Architect J.H. Laffertée, tevens lid van het Genootschap, ontwierp het nieuwe gebouw aan de Papenhulst. Medio juni 1856 namen het Stedelijk Gymnasium en de Genootschapsbibliotheek hier hun intrek. Bovenstaande lithografie toont rechtsonder in beeld de "Plattegrond der eerste verdieping der Boekerij van het Provinciaal Genootschap in Noord-Brabant". De bibliotheek bevond zich op de eerste verdieping en Hermans kon via een binnendeur van zijn eigen woning naar binnen. Zo beschikte hij over een riante werksituatie, waarbij hij zijn schoolwerk kon combineren met zijn historisch onderzoek.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
  • Handelingen, 1848-1852
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 15 maart 2012

Cornelis Rudolphus Hermans (1805-1869)

De eerste bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek

C.R. Hermans
Photographie van L. Stollenwerk
P / H 54 (3)
Op 22 februari 1805 werd Cornelis Rudolphus Hermans geboren te Oss als oudste zoon van Herman Gijsbert Hermans en Isabella van de Goor. Naast het beroep van goud- en zilversmid bekleedde zijn vader nog enkele openbare functies in Oss.
C.R. Hermans bezocht achtereenvolgens het klein- en groot-seminarie te Sint-Michielsgestel en werd in 1830 conrector van de Latijnse school te Eindhoven. Aan de Universiteit van Leiden promoveerde hij in 1834 in de Letteren met zijn proefschrift over Brabantse schrijvers. Niet veel later werd hij benoemd tot rector aan de Latijnse school te 's-Hertogenbosch. Hier bleef hij tot zijn dood in 1869 werkzaam.

Hermans was medeoprichter en eerste bibliothecaris van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. De Genootschapsbibliotheek was gehuisvest op de eerste verdieping van de Latijnse school aan de Papenhulst, en grensde aan het woonhuis van de rector.
In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 wordt in het hoofdstuk "Wetten van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Braband" in artikel 19 het volgende geschreven "Over den Bibliothecaris":
"De Bibliothecaris des Genootschaps, die te 's Hertogenbosch moet woonachtig zijn, en geene belooning geniet, heeft het opzigt over de boeken en andere voorwerpen van hetzelve, en is er verantwoordelijk voor. Hij zorgt, in overleg met het bestuur, op de minst kostbare wijze, voor hare doelmatige uitbreiding. Hij houdt aanteekening van alle voorwerpen, die, zoo door aankoop als door geschenken, de bibliotheek bezit en later verkrijgt. Hij geeft de boeken, die ter lezing gevraagd worden, tegen bewijs van ontvangst, uit en zorgt, dat hij, of iemand aan hem toe te voegen, in de leeskamer tegenwoordig zij, in de uren dat de bibliotheek voor het publiek open staat."

Krijbolder (1994) ziet Hermans als de pionier van de Noordbrabantse geschiedbeoefening die jaren lang met de nodige volharding zijn zelfopgelegde taak het verleden van Noord-Brabant te ontsluiten uitvoerde. Naast bovengenoemde functies was Hermans vanaf 1841 gemeentearchivaris van 's-Hertogenbosch (vanaf 1849 archivaris honoris causa).

Gedurende zijn loopbaan had Hermans veel contact met andere wetenschappers, vooral uit Nederland en België. In de loop der jaren heeft hij veel gepubliceerd. Krijbolder (1994) noemt hem een geschiedkundige autoriteit wiens raad in uiteenlopende kwesties werd gevraagd. Na zijn dood in 1869 werden al zijn boeken en handschriften vermaakt aan het Provinciaal Genootschap.

Voor literatuurverwijzingen over C.R. Hermans klikt u hier.

donderdag 8 maart 2012

De oprichting: 8 maart 1837


Titelpagina, Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
De oprichtingsvergadering van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, waaruit later de Brabant-Collectie is voortgekomen, vond plaats op 8 maart 1837 in de Bossche Sociëteit het Casino. De initiatiefnemers tot het oprichten van een dergelijk genootschap in Noord-Brabant waren onder andere de rector van de Latijnse school Cornelis Rudolf Hermans (1805-1869) en de Bossche drukker Hendrik Palier (1785-1853).
Krijbolder (1994) schrijft dat Hermans het als zijn levenstaak zag af te rekenen met het negatieve imago van Noord-Brabant door bestudering en ontsluiting van het in zijn ogen grootse verleden van dit gewest. Het was Hermans een doorn in het oog dat in de gangbare literatuur weinig tot niets over Brabant terug te vinden was. In zijn dissertatie had Hermans plannen ontvouwd om tot een alomvattende geschiedschrijving van elke provincie te komen. Op de eerste plaats zouden er provinciale bibliotheken moeten komen. Aangezien volgens Hermans een dergelijk instituut pas nuttig zou worden als mensen met belangstelling voor geschiedenis de 'er opgeborgen schatten' zouden gaan onderzoeken, pleitte hij voor de oprichting van een literair genootschap ter bestudering van taal, geschiedenis en oudheden van Noord-Brabant. In 1837 leidde dit streven tot de oprichting van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.

Pag. 67, Handelingen, 1837
CBM 657 B01 1837/42
In de Handelingen van het Genootschap uit 1837 is in het hoofdstuk "Wetten van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Braband" in artikel 1 te lezen:
"Het doel van het Genootschap is, bevordering van kunsten en wetenschappen in het algemeen, en meer in het bijzonder in de provincie Noord-Braband.”

Klik hier voor literatuur over het Genootschap.