![]() |
| C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden) H 55 / 712.21 (3) |
![]() |
| Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Brabants Dagblad) H 55 / 712.22 (1) |
In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Gebruikte bronnen:
- Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten