donderdag 12 juli 2012

Bibliothecarissen in de periode 1869-1925

In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.

Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.


Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487)
De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.

Portret van L.I.J. van der Steen
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch
(nummer 0000669)
De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.

Gebruikte bronnen:
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]

donderdag 28 juni 2012

Roman-Visscher-kaart nader onderzocht

Wanneer de waterschade aan de wandkaart is ontstaan, zal waarschijnlijk een mysterie blijven. Maar nu, aan de vooravond van de restauratie, moeten we eerst nog andere vragen oplossen. We gaan onderzoek doen naar de authenticiteit van deze kaart.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.

Achterzijde Roman-Visscherkaart: linnen drager
We zijn voornemens twee onderzoeken te laten verrichten door externe organisaties. Voordat de wandkaart gerestaureerd wordt, is het namelijk wenselijk de ouderdom van de linnen drager te achterhalen. Dit kan met behulp van de zogenaamde C14-datering. Op dit moment gaat de Brabant-Collectie na bij wie we dit kunnen laten uitvoeren. Tevens zal pigmentanalyse plaats vinden om te weten of de kaart werkelijk in de Gouden Eeuw met de hand is ingekleurd.

Verdwenen en uitgelopen pigmenten (rood) bij stadsprofielen
Begin mei kreeg de Brabant-Collectie groen licht voor het restauratieproject: de subsidieaanvraag werd gehonoreerd door de Provincie Noord-Brabant. Medio augustus zal de Roman-Visscher-kaart voor restauratie afreizen naar de stad waar Zacharias Roman actief was als boekverkoper en uitgever. Ook van onze wandkaart was hij de uitgever.

vrijdag 8 juni 2012

Waterschade aan de Roman-Visscher-kaart

Over de wijze van opslag van de Roman-Visscher-kaart na de aankoop door het Provinciaal Genootschap is weinig documentatie. We weten dat de kaart in het verleden zowel opgerold als gevouwen bewaard is geweest.
Op het moment dat de kaart in bezit kwam van het Genootschap werd al marginale waterschade geconstateerd. Echter, de ernst van de schade is nooit gedocumenteerd.

Detail van de waterschade bij stadsgezicht 's-Hertogenbosch
Roman-Visscher-kaart
De waterschade laat zich als volgt omschrijven. Aan de onderrand van de kaart zijn kringen te zien. Dit tekstgedeelte bevat een historische beschrijving van het hertogdom Brabant, zowel in het Nederlands als in het Frans. Het patroon herhaalt zich een aantal maal, hetgeen erop wijst dat de schade is ontstaan toen de kaart (van links naar rechts) opgerold was. Langs de rechterkant is waterschade in het merendeel van de ingekleurde stadsgezichten zichtbaar. De rode pigmenten zijn hier soms verdwenen of uitgesmeerd over de luchtpartijen. Duidelijk is dat restauratie van deze waardevolle kaart hard nodig is.

Rechterkant met waterschade
Roman-Visscher-kaart

De kaart is op linnen gemonteerd. Tijdens de restauratie zullen de delen met waterschade van deze drager worden losgehaald. In het tekstgedeelte van de kaart is verbruining van het papier geconstateerd; dit moet worden verminderd. De uitgelopen rode pigmenten op de stadsgezichten moeten worden verwijderd en de ontbrekende pigmenten en verkleuringen moeten door retouche opnieuw worden aangebracht.
Momenteel wordt de keuze voor een restaurator gemaakt.

donderdag 24 mei 2012

Het Provinciaal Genootschap en haar prijsuitschrijvingen

Geheel in de lijn van 18e eeuwse genootschappen organiseerde ook het Provinciaal Genootschap te 's-Hertogenbosch vanaf het beginjaar 1837 prijsuitschrijvingen. Winnaars ontvingen eremedailles in goud: "Voor de beste en voldoende gekeurde verhandeling over het voorgestelde onderwerp, looft het Genootschap uit eene gouden Medaille, ter innerlijke waarde van honderd Guldens of de waarde derzelve, ter keuze van den Schrijver."
Van Oudheusden (2011, pag. 200) merkt op dat men met deze prijsvragen het debat over culturele en economische thema's op gang wilde brengen en zo aan gewenste maatschappelijke veranderingen bij wilde dragen.

Beginpagina van de eerste Prijsuitschrijving van het Genootschap uit 1837
Vindplaats: CBM 657 B 01 1837/42
Het uitschrijven van dergelijke prijzen bleek in de praktijk niet echt te werken. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"Of het nu ging om luchtverversing in gebouwen, het Brabants taaleigen, een historisch overzicht van de voornaamste dijken in Brabant, de bestrijding van de processierups - ook toen al - of een geschiedenis van Neder-Lotharingen van de vroegste tijden tot de komst van de hertogen van Brabant, de belangstelling was doorgaans gering."

De prijsuitschrijving uit 1853 heeft wel enige faam verworven. Tijdens de algemene vergadering werd onder andere de volgende uitschrijving geponeerd:
"Een plan van herstelling van het inwendige der St. Janskerk te 's Hertogenbosch, zonder den klokkentoren en de ten noorden en zuiden daarvan staande overblijfsels der oude kerk. Men verlangt daarbij volledige teekeningen van het geheele gebouw en van de te doene herstellingen met de noodige toelichting... Voor het ter bekrooning waardig gekeurde werk wordt uitgeloofd de gouden medaille, op den stempel des Genootschaps, ter innerlijke waarde van 150 gl. en eene som van drie honderd gulden (f 300.)."  Daarnaast stelden de Provincie, de stad 's-Hertogenbosch en het bestuur van de St. Janskerk een aanzienlijke geldbedrag beschikbaar voor de prijswinnaar.
In de Handelingen van 1854 lezen we:
"Deze wedstrijd heeft den naijver gaande gemaakt van vele bouwkunstenaars, niet alleen in ons vaderland, maar ook te Brussel, Luik en Keulen. Niets zal het Bestuur aangenamer zijn, dan dat aan het oogmerk des Genootschaps, met het uitschrijven der belangrijke vraag, voldaan worde: in welk geval wij eenmaal hopen, dat aan de restauratie der St. Janskerk zelve, dat pronkstuk van den spitsbogenstijl, handen aan het werk zullen worden geslagen."
De prijswinnende gebroeders Donckers mochten echter niet aan de slag. Van Oudheusden (2011, pag. 200) schrijft:
"De pasbenoemde bisschop van 's-Hertogenbosch, mgr. Joannes Zwijsen, had geheel eigen plannen met het gebouw en de bemoeienis van een neutraal genootschap werd niet op prijs gesteld."

Achtentwintig jaar lang werden prijzen uitgeschreven, maar in totaal werd slecht een tiental inzendingen bekroond. De laatste prijsuitschrijving dateert van 1865.

Zie onze Flickr-pagina voor een volledige weergave van de prijsuitschrijvingen uit 1837.

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
  • Handelingen, 1837-1842 / 1849-1855
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 10 mei 2012

1925-1975: Bethaniëstraat 4 te 's-Hertogenbosch


's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
Voorgevel van de tot museum van het Provinciaal Genootschap ingerichte voormalige St. Jacobskerk.
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0003067)
Dankzij het legaat van C.P.D. Pape kon het Provinciaal Genootschap uit gaan kijken naar nieuwe huisvesting. Toevallig kwam men erachter dat het Rijk de voormalige Sint Jacobskerk buiten gebruik zou gaan stellen. Dit gebouw in de Bethaniëstraat, ook bekend onder de naam 'Het Arsenaal' of 'Groot Tuighuis', had al diverse functies vervuld, van kerk tot militaire kazerne. Het Genootschap kwam met de eigenaar, de Staat der Nederlanden, overeen het in erfpacht te nemen voor slechts tweehonderd gulden per jaar. Voor de verbouwing en restauratie van het pand trok men Oscar Leeuw uit Nijmegen aan. Medio 1924 werd begonnen met de werkzaamheden. Aan de binnenzijde werd de hal vergroot en ging het priesterkoor dienst doen als vergaderruimte. Op 8 juli 1925 werd het gebouw plechtig in gebruik genomen.
's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat.
Leeszaal van het Provinciaal Genootschap. Links wethouder Manis Krijgsman, rechts Maurits Azijnman.
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0007377)
Bibliotheek en museum werden gescheiden gehuisvest. Dankzij het nieuwe pand kon het Genootschap eindelijk zijn bezittingen volwaardig exposeren. De stad 's-Hertogenbosch stond haar collecties (o.a. schilderijen en gildezilver) in bruikleen af aan wat zou gaan heten het Centraal Noordbrabants Museum. Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris en tevens secretaris van het Genootschap, zorgde voor de inrichting. In 1927 werd het negentigjarig bestaan van het Genootschap gevierd met een expositie over Brabantse schilders. Een catalogus over deze expositie vindt u bij de Brabant-Collectie (vindplaats: CBM C 01719).
Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, p. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, p. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 26 april 2012

1865-1925: van de Korenbeurs naar de Boterhal

Lang heeft de Genootschapsbibliotheek niet kunnen genieten van de nieuwbouw aan de Papenhulst. In 1865 kregen de bibliotheeklokalen een andere bestemming: de Rijks Hogere School voor Middelbaar Onderwijs moest er ondergebracht worden. Bibliothecaris Hermans verzette zich hevig, maar ondanks zijn protest moest de bibliotheek ontruimd worden. In 1866 werd een tijdelijk onderdak gevonden in de bovenlokalen van de voormalige Korenbeurs aan de Orthenstraat.
Lithografie Korenbeurs en Graanhandel.
's-Hertogenbosch, 1855
In 1867 tekende de toenmalige voorzitter van het Genootschap, mr. R. Twiss, een contract met het stadsbestuur. Hierin werd toegezegd dat de gemeente zou zorgen voor een lokaal voor de berging van de boeken en verzamelingen. Het Genootschap van zijn kant legde vast zijn bezittingen niet zonder toestemming van de stad verkopen.

's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1868)
Links: Voorgevel van de Boterhal in de steigers
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0065803)

De gemeente startte, op haar kosten, met de constructie van twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal. Voorjaar 1868 werd de nieuwe huisvesting, gelegen aan de Pensmarkt, betrokken.
In 1869 overleed Hermans. Zijn langdurig ziekbed en de twee verhuizingen zorgden voor wanorde in de collectie. Verder had ook de zwakke bouwkundige constructie van de twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal zijn weerslag op de collectievorming. Al snel bleek dat de locatie niet berekend was op een dergelijk gewicht aan boeken. Regelmatig moest de gemeente bijspringen om het gebouw te stutten en steunen. Op zeker moment werd het gebouw zelfs gesloten wegens instortingsgevaar. Jan van Oudheusden citeert (2011, pag. 204): "Na elke vergadering was men blij weer heelhuids buiten te staan".


's-Hertogenbosch, Pensmarkt (ca. 1900)
De Boterhal in gebruik als museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0009916)

Besloten werd de doubletten te verkopen, de museumcollectie sterk uit te dunnen en de aankopen tot een minimum te beperken. In het nieuwe reglement van 1885 werd vastgelegd alleen nog aanwinsten met betrekking tot de geschiedenis van Noord-Brabant aan te kopen. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren op Brabantica.
's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1922)
Inrichting van de voormalige Vleeshal/Boterhal tot museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
Bron: Stadarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0026561)

In 1892 meldde de toenmalige bibliothecaris Van der Steen dat de de bibliotheek vol was, maar vele jaren moest hij zich nog behelpen. In 1922 diende zich een oplossing voor al deze problemen aan. In dat jaar ontving het Genootschap van C.P.D. Pape een legaat van 110.000 gulden. Eindelijk kon het Genootschap uitkijken naar een nieuw gebouw.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 12 april 2012

De collectie in de beginjaren


Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Provinciaal Genootschap was de oprichting van een wetenschappelijke bibliotheek in Noord-Brabant. C.R. Hermans  was de aangewezen persoon om dit op touw te zetten. Hij stond aan de wieg van wat later uitgroeide tot de grootste collectie Brabantica ter wereld. De provincie Noord-Brabant ondersteunde het Genootschap vanaf het begin: in 1837 werd 1.000 gulden toegezegd. Dit geld, plus inkomsten uit contributies van de 341 leden, werd vooral besteed aan de bibliotheek. Verder groeide de collectie door schenkingen van zowel genootschapsleden als van wetenschappelijke verenigingen en andere genootschappen in Nederland en België.

Lithografie van H. Palier
P / P 13.2 (1)
Mede-initiatiefnemer van het Genootschap, de drukker Hendrik Palier, schonk gedurende zijn leven boekbanden en manuscripten uit zijn eigen collectie. Maar het grootste deel daarvan kwam pas na zijn dood in 1853 door aankoop in het bezit van het Genootschap. In dat jaar bezat de bibliotheek al meer dan 14.000 boekbanden. Dit aantal steeg in 1862 door verdere aankopen tot 20.000 delen.
De collectie was in de beginperiode zeer algemeen van aard. Naast Brabantica waren er handboeken, naslagwerken en encyclopedieën. Er stonden kasten vol publicaties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hieronder bevonden zich prachtige atlassen en platenboeken over vogels, kruiden, medicinale planten, insecten en rariteitenverzamelingen. Ook archeologische voorwerpen en kunstobjecten vonden, vaak door schenkingen, een plekje bij het Genootschap. Zo beheerde de bibliothecaris een tijdlang een grote schelpencollectie. Op het gebied van Brabantse munten en penningen streefde men naar volledigheid. Door aankoop en schenking ontstond, aldus Van Oudheusden (2011), op deze manier een van de grootste numismatische collecties van Nederland. Deze collectie, inclusief de bijbehorende literatuur, bevindt zich tegenwoordig in het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch.

Hermans' overlijden in 1869 betekende een gevoelig verlies voor het Genootschap en de bibliotheek. Tijdens de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1870 werd zijn bibliotheek, aangevuld met een portet van de bibliothecaris in olieverf, voor het bedrag van 800 gulden aanvaard.
De verhuizingen en een langdurig ziekbed van Hermans hebben grote gevolgen gehad voor de collectie. Meer hierover in de volgende blogs.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.