Posts tonen met het label collectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label collectie. Alle posts tonen

vrijdag 21 december 2012

1986: verhuizing naar Tilburg

In 1986 verhuisde de bibliotheek en het prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap naar Tilburg en kreeg haar onderdak bij wat toen heette de Stichting Katholieke Hogeschool (later omgedoopt in Katholieke Universiteit Brabant, momenteel genaamd Tilburg University).
Vele honderden verhuisdozen kwamen er aan te pas om de collectie over te huizen. Duizenden boeken met leren banden en vele handschriften kwamen te voorschijn. De meest kostbare werken werden geplaatst in een kluis in het hoofdgebouw (het tegenwoordige gebouw C - Cobbenhagen Building). Voor de vele oude drukken werd in het magazijn een aparte ruimte gecreëerd, afgeschermd via een kooiconstructie van hout en gaas, voorzien van een toegangsdeur met hangslot. In de volksmond heette deze bewaarplaats 'het kippenhok'. De boeken en tijdschriften kwamen in de open opstelling terecht. Op 1 juli 1986 waren de bibliotheek en het prentenkabinet weer in bedrijf, mede dankzij het personeel dat eveneens vanuit 's-Hertogenbosch was overgekomen. Van hen zijn Ilse Mulder en Dorine van Elderen momenteel nog als informatiespecialist werkzaam. Op 6 februari 1987 werd de officiële overdrachtsverklaring getekend en kwam de naam Brabantica-Collectie in zwang.

Affiche uit 1986
Afdelingshoofd Gerard Kroes werd verantwoordelijk voor de collectie. Piet van Kempen, die zich onder meer bezig hield met het Bibliotheek Informatie Centrum, kreeg als conservator de zorg over de handschriften en oude drukken. Ineke Kuyer, mee overgekomen uit 's-Hertogenbosch, ontfermde zich over het in een aparte ruimte opgeslagen prentenkabinet. Jaap Maessen, eveneens meeverhuisd vanuit de oude locatie, hield zich bezig met de automatisering. Het trio Kuyer-Kroes-Maessen was de facto verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van wat langzamerhand de Brabant-Collectie ging heten.

De provincie had voor Tilburg gekozen vanwege de bibliotheekautomatisering. De catalogi bestonden nog uit Leidse boekjes en ouderwetse fiches in ladenbakken; deze moesten op termijn vervangen worden. Afgesproken werd dat alle boektitels in een geautomatiseerd systeem zouden worden opgenomen en dat er een gemeenschappelijke 'Brabantica-catalogus' zou komen: de huidige Brabant Databank. Deze databank bevat nu bijna 100.000 beschrijvingen van boeken, tijdschriftartikelen en hoofdstukken uit boeken over heden en verleden van de provincie Noord-Brabant en haar bewoners. Het werd de vervanger van de jaarlijks verschijnende, gedrukte Brabantse Bibliografie. Voor het prentenkabinet werd een aparte database opgesteld: de Databank Topografisch-Historische Atlas. Drijvende kracht achter de automatisering was Peter Keijzers.

donderdag 22 november 2012

Ontwikkelingen in het derde kwart van de 20ste eeuw

Na de oorlogsjaren en de belangrijke reglementswijziging brak er een tijd aan waarin de koers werd verlegd van een besloten naar een meer publieksgerichte instelling. De toenmalige voorzitter, August Commissaris, wees het Genootschap in zijn jaarrede van 1956 op de noodzaak van een keuze. Daarmee legde hij de grondslag voor een hervorming die in 1959 leidde tot een officiële bevordering van het Genootschap tot Culturele Raad voor Noord-Brabant. 

Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok. 

Een van de getoonde werken bij de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant'
 Tilburg - Markt, Grote Kerk en Raadhuis (ca. 1850)
Vindplaats: T 34 / 121 Mark (3)
Een jaar daarvoor vierde het Genootschap haar 125 jarig jubileum. Dit jubileum werd opgeluisterd met de tentoonstelling van de Collectie Peynenburg van 27 april - 24 juni 1962. Door de nieuwe koers ontstond een nieuwe categorie secties zoals toneel, muziek, cultuurverspreiding, film, beeldende kunst en literatuur. Deze secties waren klein en hadden een beleidsadviesfunctie. De oude secties waren verenigingen op zich die zelf actief waren op het terrein van hun belangstelling. In deze splitsing van Genootschap- en Culturele Raadfunctie lag de kiem van de latere splitsing. In 1970 werden voorbereidingen getroffen voor een afzonderlijke Culturele Raad. In 1973 was dit een feit.
 
Gebruikte bronnen:

  • F.J.M. van de Ven, Anderhalve eeuw Noord-Brabants Genootschap 1837-1987. Vindplaats: BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216. Brabants Historisch Informatiecentrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 11 oktober 2012

Ontwikkelingen in de eerste helft van de 20e eeuw

In 1925 werd jonkheer Mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (1852-1939) verkozen tot voorzitter van het Provinciaal Genootschap. Hij was een erudiet man met vele publicaties over de geschiedenis van ons gewest op zijn naam, waaronder het bekende driedelige boekwerk "De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen" (1910). Hij voerde het persoonlijke beheer over de prenten- en handschriftenverzameling van het Genootschap en bracht ook een nieuwe catalogus uit. Veel prenten en tekeningen, die hij op veilingen of elders kocht, schonk hij aan het Genootschap. Ook zorgde hij voor financiële ondersteuning.
Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.

20 april 1932, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
Viering 80e verjaardag van jhr. mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt
(midden foto, gezeten op stoel)
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0033289)
In 1937 bestond het Genootschap 100 jaar. Gezien de tijdsomstandigheden werd dit sober gevierd. Aanwezigen waren onder andere prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne (minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) en jhr. mr. dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (commissaris van de Koningin in Noord-Brabant). Het Algemeen Handelsblad deed uitgebreid verslag van de bijeenkomst op 8 maart van dat jaar.

8 maart 1937, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
Eeuwfeest van het Provinciaal Genootschap. Staande links prof. dr. J.R. Slotemaker de Bruïne,
staande rechts jhr. mr. van Sasse van IJsselt
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0028890)
De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.

Gebruikte bronnen:
  • F.J.M. van de Ven: Anderhalve eeuw Noordbrabants Genootschap 1837-1987. BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal  Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216.
    Brabants Historisch Informatie Centrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 26 juli 2012

Collectievorming begin 20e eeuw

Bibliothecaris H. Heynen begon in 1871 met de reorganisatie van de bibliotheek en het samenstellen van een alfabetische catalogus. De collectie werd regelmatig uitgebreid dankzij schenkingen. Door de aanwezigheid van het garnizoen kwam het Genootschap in het bezit van vrij veel publicaties van krijgskundige aard. In de beginperiode verzamelde men nog breed, waardoor in de collectie ook fraaie atlassen, platenboeken en boeken over vogels, naturaliën, medicinale planten etc. voorkwamen.

Aquarel Kasteel Heeswijk
H 41.2 / 820.11 (20)
Begin 20e eeuw deed een unieke kans zich voor de collectie verder uit te breiden. Baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge en zijn zonen Louis en Albéric hadden hun omvangrijke kunstverzameling van enkele duizenden voorwerpen bijeengebracht in kasteel Heeswijk en later kasteel Nemelaer. Van Oudheusden (2011) noemt dit een van de grootste en meest opmerkelijke particuliere kunstverzamelingen die in Noord-Brabant hebben bestaan. Tussen 1899 en 1902 werd het leeuwendeel van deze collectie, variërend van meubels en schilderijen tot prenten en harnassen, door de erfgenamen geveild. In 'Het Verslag van den Bibliothecaris over het jaar 1902/3' (Handelingen, 1893-1909) lezen we hierover:
"De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
Genootschap.

In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:

"Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, pag. 190-205
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1893-1909. Deel 1897-1903 [CBM 657 B 01 1893/1909]
Voor een volledig overzicht van geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 12 april 2012

De collectie in de beginjaren


Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Provinciaal Genootschap was de oprichting van een wetenschappelijke bibliotheek in Noord-Brabant. C.R. Hermans  was de aangewezen persoon om dit op touw te zetten. Hij stond aan de wieg van wat later uitgroeide tot de grootste collectie Brabantica ter wereld. De provincie Noord-Brabant ondersteunde het Genootschap vanaf het begin: in 1837 werd 1.000 gulden toegezegd. Dit geld, plus inkomsten uit contributies van de 341 leden, werd vooral besteed aan de bibliotheek. Verder groeide de collectie door schenkingen van zowel genootschapsleden als van wetenschappelijke verenigingen en andere genootschappen in Nederland en België.

Lithografie van H. Palier
P / P 13.2 (1)
Mede-initiatiefnemer van het Genootschap, de drukker Hendrik Palier, schonk gedurende zijn leven boekbanden en manuscripten uit zijn eigen collectie. Maar het grootste deel daarvan kwam pas na zijn dood in 1853 door aankoop in het bezit van het Genootschap. In dat jaar bezat de bibliotheek al meer dan 14.000 boekbanden. Dit aantal steeg in 1862 door verdere aankopen tot 20.000 delen.
De collectie was in de beginperiode zeer algemeen van aard. Naast Brabantica waren er handboeken, naslagwerken en encyclopedieën. Er stonden kasten vol publicaties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hieronder bevonden zich prachtige atlassen en platenboeken over vogels, kruiden, medicinale planten, insecten en rariteitenverzamelingen. Ook archeologische voorwerpen en kunstobjecten vonden, vaak door schenkingen, een plekje bij het Genootschap. Zo beheerde de bibliothecaris een tijdlang een grote schelpencollectie. Op het gebied van Brabantse munten en penningen streefde men naar volledigheid. Door aankoop en schenking ontstond, aldus Van Oudheusden (2011), op deze manier een van de grootste numismatische collecties van Nederland. Deze collectie, inclusief de bijbehorende literatuur, bevindt zich tegenwoordig in het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch.

Hermans' overlijden in 1869 betekende een gevoelig verlies voor het Genootschap en de bibliotheek. Tijdens de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1870 werd zijn bibliotheek, aangevuld met een portet van de bibliothecaris in olieverf, voor het bedrag van 800 gulden aanvaard.
De verhuizingen en een langdurig ziekbed van Hermans hebben grote gevolgen gehad voor de collectie. Meer hierover in de volgende blogs.

Gebruikte bronnen:
  • BHIC, archief Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216
  • Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
  • Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205
Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen klik hier.