donderdag 30 augustus 2012

Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)

Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,-  werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.

C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap
Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
(Maker: Fotopersbureau Het Zuiden)
H 55 / 712.21 (3)
Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
 
Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes
Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
(Maker: Brabants Dagblad)
H 55 / 712.22 (1)
In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.

Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.

In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.

Gebruikte bronnen:
  • Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)

dinsdag 28 augustus 2012

Van Tilburg naar Middelburg: transport van de Roman-Visscher-kaart

Op donderdag 16 augustus jl. werd de Roman-Visscher-kaart opgehaald door restaurator Marijn de Valk. Zij haalde de wandkaart uit de lijst en vervoerde deze op rol vanuit Tilburg naar haar atelier in Nieuw- en Sint Joosland, vlakbij Middelburg.
De Roman-Visscher-kaart hing tijdelijk in het Regionaal Archief Tilburg (RAT): de lijst werd van de muur gehaald en op de vloer gezet.

In de studiezaal van het Regionaal Archief Tilburg staan medewerkers RAT en conservator Emy Thorissen (Brabant-Collectie) bij de op de tafel gelegde wandkaart.


Restaurator Marijn de Valk opent de lijst.
De drie lagen in de lijst worden getoond: de achterwand, het karton als buffer en de linnen drager van de kaart.
Voorzichtig wordt de wandkaart door de restaurator op een stevige kartonnen koker gerold.


Vervolgens wordt de rol in zijn geheel met linnen omhuld.
  

Met linten wordt de rol bijeen gehouden.
 
Nu is de kaart klaar voor transport.

donderdag 9 augustus 2012

1975-1984: St. Josephstraat

Met name in de jaren '60 en '70 breidde het personeelsbestand van het Genootschap zich langzaam maar zeker uit. In 1975 is men genoodzaakt het oude pand aan de Bethaniëstraat te verlaten en elders onderdak te zoeken.
Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.


Hoofdingang van Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap
St. Josephstraat 1, 's-Hertogenbosch
(Fotograaf: H. Eickholt)
H 55 / 531.11 Anna (1)
Het pand aan de St. Josephstraat 1 ligt op de hoek met de Hinthamerstraat waar de Openbare Bibliotheek gevestigd is. De oorsprong van dit kolossale gebouw ligt in de dertiende eeuw. Tussen 1274 en 1281 werd hier het Heilige Geesthuis, ofwel de Tafel van de Heilige Geest, opgericht. In de Bossche volksmond stond het bekend als het 'Geefhuis'. De latere naamgeving was het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ofwel Huize Leonardus.
Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis'  bevorderen.

Verhuizer aan het werk in Bethaniëstraat
(Fotograaf: P.J. van der Heijden)

H 55 / 1975 (13)
Ilse Mulder (links) en Dorine van Elderen (rechts) in de werkruimte St. Josephstraat, 1983
(Fotograaf: J.C. Steenbekkers)
H 55 / 712.21 (44)
Op 20 december 1975 wordt tussen de besturen van Stichting Openbare Bibliotheek 's-Hertogenbosch en het Genootschap een 'Overeenkomst van voorlopige samenwerking' ondertekend. De intentie was na te gaan of samenwerking tussen beide partijen mogelijk was. Een formele samenwerkingsovereenkomst kon uiteindelijk niet gerealiseerd worden, aangezien de opzet van beide partijen te zeer uiteen lag. Bovendien stond het Provinciaal Genootschap duidelijk het behoud van de eigen identiteit van de Genootschapsbibliotheek voor ogen.

Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.

Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976

donderdag 26 juli 2012

Collectievorming begin 20e eeuw

Bibliothecaris H. Heynen begon in 1871 met de reorganisatie van de bibliotheek en het samenstellen van een alfabetische catalogus. De collectie werd regelmatig uitgebreid dankzij schenkingen. Door de aanwezigheid van het garnizoen kwam het Genootschap in het bezit van vrij veel publicaties van krijgskundige aard. In de beginperiode verzamelde men nog breed, waardoor in de collectie ook fraaie atlassen, platenboeken en boeken over vogels, naturaliën, medicinale planten etc. voorkwamen.

Aquarel Kasteel Heeswijk
H 41.2 / 820.11 (20)
Begin 20e eeuw deed een unieke kans zich voor de collectie verder uit te breiden. Baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge en zijn zonen Louis en Albéric hadden hun omvangrijke kunstverzameling van enkele duizenden voorwerpen bijeengebracht in kasteel Heeswijk en later kasteel Nemelaer. Van Oudheusden (2011) noemt dit een van de grootste en meest opmerkelijke particuliere kunstverzamelingen die in Noord-Brabant hebben bestaan. Tussen 1899 en 1902 werd het leeuwendeel van deze collectie, variërend van meubels en schilderijen tot prenten en harnassen, door de erfgenamen geveild. In 'Het Verslag van den Bibliothecaris over het jaar 1902/3' (Handelingen, 1893-1909) lezen we hierover:
"De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
Genootschap.

In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:

"Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."

Gebruikte bronnen:
  • Van Oudheusden, 2011, pag. 190-205
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1893-1909. Deel 1897-1903 [CBM 657 B 01 1893/1909]
Voor een volledig overzicht van geraadpleegde bronnen klik hier.

donderdag 12 juli 2012

Bibliothecarissen in de periode 1869-1925

In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.

Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.


Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487)
De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.

Portret van L.I.J. van der Steen
Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch
(nummer 0000669)
De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.

Gebruikte bronnen:
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
  • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]

donderdag 28 juni 2012

Roman-Visscher-kaart nader onderzocht

Wanneer de waterschade aan de wandkaart is ontstaan, zal waarschijnlijk een mysterie blijven. Maar nu, aan de vooravond van de restauratie, moeten we eerst nog andere vragen oplossen. We gaan onderzoek doen naar de authenticiteit van deze kaart.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.

Achterzijde Roman-Visscherkaart: linnen drager
We zijn voornemens twee onderzoeken te laten verrichten door externe organisaties. Voordat de wandkaart gerestaureerd wordt, is het namelijk wenselijk de ouderdom van de linnen drager te achterhalen. Dit kan met behulp van de zogenaamde C14-datering. Op dit moment gaat de Brabant-Collectie na bij wie we dit kunnen laten uitvoeren. Tevens zal pigmentanalyse plaats vinden om te weten of de kaart werkelijk in de Gouden Eeuw met de hand is ingekleurd.

Verdwenen en uitgelopen pigmenten (rood) bij stadsprofielen
Begin mei kreeg de Brabant-Collectie groen licht voor het restauratieproject: de subsidieaanvraag werd gehonoreerd door de Provincie Noord-Brabant. Medio augustus zal de Roman-Visscher-kaart voor restauratie afreizen naar de stad waar Zacharias Roman actief was als boekverkoper en uitgever. Ook van onze wandkaart was hij de uitgever.

vrijdag 8 juni 2012

Waterschade aan de Roman-Visscher-kaart

Over de wijze van opslag van de Roman-Visscher-kaart na de aankoop door het Provinciaal Genootschap is weinig documentatie. We weten dat de kaart in het verleden zowel opgerold als gevouwen bewaard is geweest.
Op het moment dat de kaart in bezit kwam van het Genootschap werd al marginale waterschade geconstateerd. Echter, de ernst van de schade is nooit gedocumenteerd.

Detail van de waterschade bij stadsgezicht 's-Hertogenbosch
Roman-Visscher-kaart
De waterschade laat zich als volgt omschrijven. Aan de onderrand van de kaart zijn kringen te zien. Dit tekstgedeelte bevat een historische beschrijving van het hertogdom Brabant, zowel in het Nederlands als in het Frans. Het patroon herhaalt zich een aantal maal, hetgeen erop wijst dat de schade is ontstaan toen de kaart (van links naar rechts) opgerold was. Langs de rechterkant is waterschade in het merendeel van de ingekleurde stadsgezichten zichtbaar. De rode pigmenten zijn hier soms verdwenen of uitgesmeerd over de luchtpartijen. Duidelijk is dat restauratie van deze waardevolle kaart hard nodig is.

Rechterkant met waterschade
Roman-Visscher-kaart

De kaart is op linnen gemonteerd. Tijdens de restauratie zullen de delen met waterschade van deze drager worden losgehaald. In het tekstgedeelte van de kaart is verbruining van het papier geconstateerd; dit moet worden verminderd. De uitgelopen rode pigmenten op de stadsgezichten moeten worden verwijderd en de ontbrekende pigmenten en verkleuringen moeten door retouche opnieuw worden aangebracht.
Momenteel wordt de keuze voor een restaurator gemaakt.