donderdag 22 november 2012

Ontwikkelingen in het derde kwart van de 20ste eeuw

Na de oorlogsjaren en de belangrijke reglementswijziging brak er een tijd aan waarin de koers werd verlegd van een besloten naar een meer publieksgerichte instelling. De toenmalige voorzitter, August Commissaris, wees het Genootschap in zijn jaarrede van 1956 op de noodzaak van een keuze. Daarmee legde hij de grondslag voor een hervorming die in 1959 leidde tot een officiële bevordering van het Genootschap tot Culturele Raad voor Noord-Brabant. 

Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok. 

Een van de getoonde werken bij de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant'
 Tilburg - Markt, Grote Kerk en Raadhuis (ca. 1850)
Vindplaats: T 34 / 121 Mark (3)
Een jaar daarvoor vierde het Genootschap haar 125 jarig jubileum. Dit jubileum werd opgeluisterd met de tentoonstelling van de Collectie Peynenburg van 27 april - 24 juni 1962. Door de nieuwe koers ontstond een nieuwe categorie secties zoals toneel, muziek, cultuurverspreiding, film, beeldende kunst en literatuur. Deze secties waren klein en hadden een beleidsadviesfunctie. De oude secties waren verenigingen op zich die zelf actief waren op het terrein van hun belangstelling. In deze splitsing van Genootschap- en Culturele Raadfunctie lag de kiem van de latere splitsing. In 1970 werden voorbereidingen getroffen voor een afzonderlijke Culturele Raad. In 1973 was dit een feit.
 
Gebruikte bronnen:

  • F.J.M. van de Ven, Anderhalve eeuw Noord-Brabants Genootschap 1837-1987. Vindplaats: BRA G3 VEN 1987
  • Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216. Brabants Historisch Informatiecentrum, 's-Hertogenbosch

donderdag 8 november 2012

Drs. G.G.A.M. Keukens (1975-1986)


Bibliothecaris George Keukens in werkruimte
Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
Maker: J.C. Steenbekkers
H 55 / 712.21 (51)
Drs. George Keukens werd in 1944 in 's-Hertogenbosch geboren. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was onder andere leraar Nederlands aan de Thorbecke Scholengemeenschap in Utrecht. Op 1 augustus 1975 trad hij in dienst bij het Provinciaal Genootschap als bibliothecaris-vakreferent.

Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.

Er werden meer tentoonstellingen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld 'Zoete lieve tremmetje' over de geschiedenis van het openbaar vervoer in en om 's-Hertogenbosch (1879-1929-1979). In 1980 begon men met het samenstellen van de Brabantse Bibliografie. En in 1981 werd een start gemaakt met het ontsluiten van de collectie door middel van een kaartencatalogus, als vervanging van de Leidse boekjes.

Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.

George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.

Gebruikte bronnen:
  • Brabantia 24 (1975), nr. 5, p.192. Vindplaats T 0820
  • Brabants Historisch Informatie Centrum, Brabants Historisch Documentatiecentrum, inv.nr. 232

donderdag 25 oktober 2012

Drs. F.J.M. van de Ven (1960-1975)

 
Frans van de Ven (rechts) met assistente Ineke Kuijer (midden)
tijdens de afscheidsreceptie van mej. Dorenbosch
H 55 / 1974 (11e)
Drs. Frans van de Ven werd in 1932 in Oss geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis (specialisatie kunstgeschiedenis en economische geschiedenis). Vanaf 1958 was hij werkzaam in het VWO, van 1962 tot 1991 aan het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch. Van 1960 tot 1975 was hij tevens parttime bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek en secretaris van de Historische Sectie van het Provinciaal Genootschap. Hij publiceerde verschillende boeken en studies, met name over de geschiedenis van Noord-Brabant. Het bedrijf van zijn ouders vervoerde de vetten en oliën van de boterhandel en margarinefabriek Jurgens in Oss. Later zou Frans van de Ven hier uitgebreid over publiceren. Hij breidde niet alleen de collectie van de Genootschapsbibliotheek uit met boeken en prenten, maar legde tevens een indrukwekkende privé-collectie aan. Van de Ven had bijzondere belangstelling voor de Regio Maasland. Voor de Genootschapsbibliotheek kocht hij onder andere diverse etsen aan van Jan Heesters uit Schijndel. Een groot deel van zijn privé-collectie schilderijen, etsen, foto's en manuscripten is in 2009 verworven door het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen. Frans van de Ven woont en leeft in Berlicum. 

Afscheidsreceptie mej. Dorenbosch
13 mei 1974
H 55 / 1974 (3)
In de periode 1957-1974 was mej. Geertruida Dorenbosch ('s-Hertogenbosch 1908 - 's-Hertogenbosch 1996) hoofdassistente in de Genootschapsbibliotheek. Dorenbosch speelde een belangrijke rol in de bibliotheek. Ze regelde de dagelijkse gang van zaken, aangezien Van de Ven parttimer was. Tevens werkte zij boeken in en verschafte de gebruikers informatie. Met Kees Spierings stelde zij onder andere het boekje 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 1 samen. Deel 2 en 3 stelde zij samen met J.A.M. Roelands. Tijdens de officiële afscheidreceptie op 13 mei 1974 kreeg zij de Genootschapspenning in zilver uitgereikt; ze was de eerste vrouw die deze onderscheiding kreeg. Tevens kreeg zij op 1 december 1982 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt en op 21 september 1983 het Verzetsherdenkingskruis.

Gebruikte bronnen:
  • G.J.J.F.M. Dorenbosch, De genootschapspenning. In: Brabantia 25 (1976) nr 2, p. 68-71. Vindplaats: T 00820
  • donderdag 11 oktober 2012

    Ontwikkelingen in de eerste helft van de 20e eeuw

    In 1925 werd jonkheer Mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (1852-1939) verkozen tot voorzitter van het Provinciaal Genootschap. Hij was een erudiet man met vele publicaties over de geschiedenis van ons gewest op zijn naam, waaronder het bekende driedelige boekwerk "De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen" (1910). Hij voerde het persoonlijke beheer over de prenten- en handschriftenverzameling van het Genootschap en bracht ook een nieuwe catalogus uit. Veel prenten en tekeningen, die hij op veilingen of elders kocht, schonk hij aan het Genootschap. Ook zorgde hij voor financiële ondersteuning.
    Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.

    20 april 1932, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    Viering 80e verjaardag van jhr. mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt
    (midden foto, gezeten op stoel)
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0033289)
    In 1937 bestond het Genootschap 100 jaar. Gezien de tijdsomstandigheden werd dit sober gevierd. Aanwezigen waren onder andere prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne (minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) en jhr. mr. dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (commissaris van de Koningin in Noord-Brabant). Het Algemeen Handelsblad deed uitgebreid verslag van de bijeenkomst op 8 maart van dat jaar.

    8 maart 1937, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    Eeuwfeest van het Provinciaal Genootschap. Staande links prof. dr. J.R. Slotemaker de Bruïne,
    staande rechts jhr. mr. van Sasse van IJsselt
    Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0028890)
    De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.

    Gebruikte bronnen:
    • F.J.M. van de Ven: Anderhalve eeuw Noordbrabants Genootschap 1837-1987. BRA G3 VEN 1987
    • Archief van het Provinciaal  Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216.
      Brabants Historisch Informatie Centrum, 's-Hertogenbosch

    donderdag 20 september 2012

    1984-1986: Nachtegaalslaantje

    In 1984 wordt het Provinciaal Genootschap opnieuw geconfronteerd met een verhuizing. Bibliotheek en Prentenkabinet gaan terug naar de oude standplaats; het gebouw van het Stedelijk Gymnasium aan het Nachtegaalslaantje nummer 1 te 's-Hertogenbosch.

    Studiezaal Bibliotheek en Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap
    Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
    Maker: J.C. Steenbekkers
    H 55 / 712.21 (66)
    Bibliothecaris George Keukens in werkruimte
    Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch
    Maker: J.C. Steenbekkers
    H 55 / 712.21 (60)
    Op 2 januari 1986 kocht de Provincie Noord-Brabant de Bibliotheek en het Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap. Op 18 april van dat jaar beslisten Provinciale Staten dat de collectie ondergebracht zou gaan worden bij de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg (later dat jaar omgedoopt in Stichting Katholieke Hogeschool).
    Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.

    Medewerkers Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap
    Voorjaar 1986
    Meer foto's van de huisvesting van het Genootschap vindt u op onze Flickr-pagina.

    donderdag 30 augustus 2012

    Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)

    Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,-  werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.
    
    C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden)
    H 55 / 712.21 (3)
    Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
     
    Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes
    Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch
    (Maker: Brabants Dagblad)
    H 55 / 712.22 (1)
    In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
    Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.

    Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.

    In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.

    Gebruikte bronnen:
    • Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
    • Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)

    dinsdag 28 augustus 2012

    Van Tilburg naar Middelburg: transport van de Roman-Visscher-kaart

    Op donderdag 16 augustus jl. werd de Roman-Visscher-kaart opgehaald door restaurator Marijn de Valk. Zij haalde de wandkaart uit de lijst en vervoerde deze op rol vanuit Tilburg naar haar atelier in Nieuw- en Sint Joosland, vlakbij Middelburg.
    De Roman-Visscher-kaart hing tijdelijk in het Regionaal Archief Tilburg (RAT): de lijst werd van de muur gehaald en op de vloer gezet.
    
    In de studiezaal van het Regionaal Archief Tilburg staan medewerkers RAT en conservator Emy Thorissen (Brabant-Collectie) bij de op de tafel gelegde wandkaart.


    Restaurator Marijn de Valk opent de lijst.
    De drie lagen in de lijst worden getoond: de achterwand, het karton als buffer en de linnen drager van de kaart.
    Voorzichtig wordt de wandkaart door de restaurator op een stevige kartonnen koker gerold.
    
    
    Vervolgens wordt de rol in zijn geheel met linnen omhuld.
      
    
    Met linten wordt de rol bijeen gehouden.
     
    Nu is de kaart klaar voor transport.