Zoals inmiddels bekend bestond het Noord-Brabants Genootschap - voorloper van de Brabant-Collectie - in maart 2012 175 jaar. In dit laatste jubileumblog-bericht een korte terugblik op het jubileumjaar, dat van start ging met de tentoonstelling "Kaarten van de Visscher-familie" van 8 maart tot en met 13 april 2012.
Uiteraard werd in dit jubileumblog stilgestaan bij de restauratie van de Roman-Visscher-kaart, hét pronkstuk van de Brabant-Collectie. Zo werd de herkomst en aankoop van de kaart toegelicht; uitleg over de waterschade en nader onderzoek naar de linnen drager en gebruikte pigmenten volgden. Het transport van de kaart van Tilburg naar het Zeeuwse restauratie-atelier van Marijn de Valk was spannend. Beelden van de restauratie en digitalisering van de kaart kunt u bekijken op Flickr. Momenteel wordt de Roman-Visscher-kaart ingelijst. Uiteraard houden wij u via de nieuwsbrief en het blog op de hoogte over het verdere verloop van het project van onze Brabantse wandkaart.
Twaalf bibliothecarissen hebben in de afgelopen 175 jaar leiding gegeven aan onze collectie. C.R. Hermans was in 1837 oprichter en eerste bibliothecaris. De enige vrouw in de rij, mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960), was de langst zittende. Jos Kuijlen, die in 2006 Jaap Maessen opvolgde, is de (voorlopig) laatste in rij. Van allen vindt u een korte beschrijving in dit blog. De geschiedenis van het Provinciaal Genootschap tot aan de Brabant-Collectie is belicht in acht blogberichten: van de oprichting, de voorzitter en zijn openingsrede tot aan de meer recente ontwikkelingen op het gebied van film en fotografie. De collectie heeft heel wat verhuizingen moeten doorstaan in de afgelopen 175 jaar: van de Latijnse school aan de Papenhulst in Den Bosch, via Korenbeurs, Boterhal, Bethaniëstraat, St. Josephstraat en Nachtegaalslaantje, tot zelfs het vertrek uit Den Bosch in 1986. Sinds die tijd is de collectie gehuisvest in de bibliotheek van de Tilburgse universiteit.
Zoals gezegd is dit het laatste bericht op het jubileumblog. Niettemin hopen de medewerkers van de Brabant-Collectie nog lang dienstbaar te kunnen zijn aan allen die (citaat van baron Van den Bogaerde, de eerste voorzitter) " ... het voetspoor willen volgen van zoo vele verdienstelijke mannen, die, na het volbrengen van de verpligtingen aan hunnen stand verbonden, in de beoefening der letteren verademing zochten en vonden."
maandag 25 maart 2013
dinsdag 5 maart 2013
Drs. J.A.M. Kuijlen (2006 - 2014)
Nadat Jaap Maessen in december 2005 met vroegpensioen ging, werd Jos Kuijlen voor een jaar aangesteld als bibliothecaris ad interim. Op 1 december 2006 volgde de officiële benoeming tot bibliothecaris van de Brabant-Collectie.Jos Kuijlen is na het behalen van zijn HBS-B diploma in 1968, biologie gaan studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1976 ontving hij hiervoor zijn doctoraaldiploma. In 1982 en 1986 rondde hij de A- en B-richting af van de postdoctorale opleiding tot wetenschappelijk bibliothecaris aan de UvA. Hij bekleedde diverse functies bij de Tilburgse Universiteitsbibliotheek: hoofd van het Bibliotheek Informatie Centrum (1989-1993), plaatsvervangend bibliothecaris (1992-1993), adjunct-bibliothecaris gebruikersondersteuning (1993-1990), senior beleidsmedewerker bibliotheekzaken (1999-2001). Hij trekt in deze jaren diverse projecten (o.a. KUBweb, elektronische studiegids) en neemt deel aan vele - ook landelijke - overlegstructuren. In 2001 wordt hij waarnemend hoofd Publieke Diensten bij de Wageningse Universiteitsbibliotheek.
In 2001 is hij terug in het Tilburgse om het project Brabantse Drukken te leiden. Dit behelst de inventarisatie en wetenschappelijke beschrijving van de boeken die van 1484 tot en met 1800 in Brabant zijn gedrukt. Jos put daarbij uit Brabantse drukken van de Brabant-Collectie, aangevuld met die van de Collectie Theologie en die van een aantal archieven in Brabant. De deskundigheid van Jos ligt op het gebied van oude drukken, handschriften en prenten. In 2004-2005 draagt hij in zijn hoedanigheid van coördinator Oude en Bijzondere Collecties (0.4 fte) hiervoor de zorg. Vermeldenswaard is dat hij in 1999-2000 namens Tilburg leider van het Europese project Elise II (1996-1999) was. In datzelfde jaar rondde hij in opdracht van de Provincie Noord-Brabant het onderzoek "Naar een erfgoed website voor Noord-Brabant" af.
In zijn functie is Jos verantwoordelijk voor het beleid en de aansturing van het medewerkersteam van de Brabant-Collectie. Jos en de Brabant-Collectie staan nu - net als bij het Elise II project - met het samenwerkingsverband Brabant-Cloud, waarbij een nieuwe digitale infrastructuur van het Brabantse erfgoed wordt ontwikkeld, voor een nieuwe uitdaging op het gebied van toegankelijkheid van beeldmateriaal.
woensdag 20 februari 2013
Herinrichting Universiteitsbibliotheek: 2009-2010
In mei 1992 werd de nieuwe bibliotheek van de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) geopend. De faculteitsbibliotheken en de centrale bibliotheek waren samengevoegd in één modern gebouw van drie verdiepingen. Ook de Brabant-Collectie, zoals de Genootschapsbibliotheek sinds begin 1987 was gaan heten, kreeg hier een nieuwe behuizing. Op niveau 1 stonden de boeken, heemkundetijdschriften en historische bladen. Eén verdieping lager bevonden zich de kluis, het prentenkabinet, de raadpleegruimte en de magazijnen.
In de periode 2009-2010 werd de bibliotheek onderworpen aan een grondige herinrichting. Op 15 juni 2009 begonnen de werkzaamheden aan de westkant van het gebouw, de zogenaamde 1e fase. December 2009 werd deze fase afgerond, waarna in de 2e fase de oostkant van het gebouw werd aangepakt. De inrichting werd compleet vernieuwd, met als resultaat een studie- en werkomgeving die beter aansloot bij de behoeften van de gebruikers.
Natuurlijk had deze ingreep ook gevolgen voor de Brabant-Collectie en haar medewerkers. Zo vertrokken op 2 juli 2009 al een aantal medewerkers naar een externe locatie aan de Sportweg te Tilburg. De anderen volgden in oktober van dat jaar. Over de consequenties die dit alles had werd uitgebreid melding gemaakt in de nieuwsbrief van oktober 2009. Zo was een groot deel van de collectie gedurende een langere periode niet beschikbaar en dientengevolge was de dienstverlening beperkt.
In de nieuwsbrief van maart 2010 werd een tussenbalans opgemaakt, om vervolgens eind mei 2010 te kunnen berichten over de opening van de nieuwe bibliotheek. Journalist Toine van Berkel van het Brabants Dagblad wijdde een artikel aan de veilige terugkeer van 400 strekkende meter kostbaarheden van de Brabant-Collectie. Deze hadden namelijk tijdens de herinrichting een tijdelijk huisvesting gekregen bij het Brabants Historisch Informatie Centrum en het Regionaal Archief Tilburg.
Dankzij de herinrichting beschikt de Brabant-Collectie nu over een eigen balie voor het Informatiepunt en nieuwe werkruimtes voor haar medewerkers. Daarnaast zijn er inpandige vitrines gekomen en zijn de depotruimtes voor de Topografisch-Historische Atlas vernieuwd. De bezoekers kunnen gebruik maken van vier raadpleeg- annex viewingplekken met pc.
Meer foto's over de herinrichting en de nieuwe ruimtes van de Brabant-Collectie vindt u op onze Flickr-pagina.
In de periode 2009-2010 werd de bibliotheek onderworpen aan een grondige herinrichting. Op 15 juni 2009 begonnen de werkzaamheden aan de westkant van het gebouw, de zogenaamde 1e fase. December 2009 werd deze fase afgerond, waarna in de 2e fase de oostkant van het gebouw werd aangepakt. De inrichting werd compleet vernieuwd, met als resultaat een studie- en werkomgeving die beter aansloot bij de behoeften van de gebruikers.
![]() |
| Leeg geruimd niveau 1 bibliotheek |
In de nieuwsbrief van maart 2010 werd een tussenbalans opgemaakt, om vervolgens eind mei 2010 te kunnen berichten over de opening van de nieuwe bibliotheek. Journalist Toine van Berkel van het Brabants Dagblad wijdde een artikel aan de veilige terugkeer van 400 strekkende meter kostbaarheden van de Brabant-Collectie. Deze hadden namelijk tijdens de herinrichting een tijdelijk huisvesting gekregen bij het Brabants Historisch Informatie Centrum en het Regionaal Archief Tilburg.
![]() |
| Informatiepunt Brabant-Collectie |
Meer foto's over de herinrichting en de nieuwe ruimtes van de Brabant-Collectie vindt u op onze Flickr-pagina.
donderdag 14 februari 2013
Film en fotografie bij de Brabant-Collectie
Vrijwel vanaf het begin van de vestiging in Tilburg begon de Brabant-Collectie met plannen voor een inventarisatie van bewegend beeld over en in de provincie. In een artikel in het tijdschrift Brabantia (februari 1992) constateerde auteur Jan van Muilekom dat "historisch beeldmateriaal van regionaal belang vrijwel vogelvrij is." In 1993 werd de Stichting Brabants Film Archief opgericht met het doel audiovisuele informatiedragers over en/of uit Noord-Brabant toegankelijk te maken voor presentatie en onderzoek. Drie jaar later werd deze stichting ondergebracht bij de Brabant-Collectie. Als uitvloeisel van het Europese Elise II-project werd eind december 2000 de Filmdatabank gelanceerd, waardoor Brabantse filmbeelden via internet beschikbaar werden. De Brabant-Collectie speelde een coördineerde rol bij het landelijke project Conservering Lokale en Regionale AV-collecties (2002-2006).
Maar ook fotografie werd een speerpunt binnen het verzamelbeleid van de Brabant-Collectie. Wetenschappelijk onderzoek en behoud van historische Brabantse foto's waren - en zijn nog steeds - de uitgangspunten. Begin 2002 startte het project Brabantse fotografie van de 20e eeuw, mede mogelijk gemaakt door subsidie van de Provincie Noord-Brabant: een samenwerkingsverband tussen de Stichting Brabants Foto Archief, Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening en de Brabant-Collectie. Dit project bestond uit drie deelprojecten:
Vanaf 2004 werd het onderdeel Brabants Film Archief uitgebreid met fotografie en omgedoopt tot Beeld en Geluid. Het streven werd het gehele oeuvre van Brabantse topfotografen te acquireren. In 1998 werd al de toon gezet door het in bruikleen verkrijgen van 1632 vintage prints van Martien Coppens. In de periode 2008-2010 werd het grootscheepse restauratie-, digitaliserings- en conserveringproject van de Kerncollectie Coppens uitgevoerd. Daarna volgden in 2008 de collecties van Jan Bijnen, Gaston Remery en Rees Diepen. Meest recent verworven collecties zijn die van Frans Kuit (2010) en Noud Aartsen (2011).
November 2004 ging de door de Brabant-Collectie opgezette Fotobank Noord-Brabant de lucht in. Deze beeldbank werd december 2006 samengevoegd met de reeds bestaande Filmdatabank. Dit resulteerde in de Film-en Fotobank Noord-Brabant: een portaal voor beheerders van historisch foto- en filmmateriaal om hun collectie te ontsluiten en via internet te tonen. In 2011 vond een evaluatie plaats van deze beeldbank; momenteel worden diverse mogelijkheden voor vernieuwing nader uitgezocht.
Maar ook fotografie werd een speerpunt binnen het verzamelbeleid van de Brabant-Collectie. Wetenschappelijk onderzoek en behoud van historische Brabantse foto's waren - en zijn nog steeds - de uitgangspunten. Begin 2002 startte het project Brabantse fotografie van de 20e eeuw, mede mogelijk gemaakt door subsidie van de Provincie Noord-Brabant: een samenwerkingsverband tussen de Stichting Brabants Foto Archief, Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening en de Brabant-Collectie. Dit project bestond uit drie deelprojecten:
- Onderzoek door Kitty de Leeuw, Rik Suermondt en Ellen Tops naar leven en werk van Martien Coppens (1908-1986), resulterende in de biografie Bezielde beelden (Waanders, 2008).
- Pittoresk maar onbewoonbaar: een onderzoeksproject naar boerderijfotografie van Anton Schellens (1887-1954), Gaston Remery (1924) en Martien Coppens, uitgevoerd door Renate van de Weijer en Cor van der Heijden.
- Onderzoek naar prentbriefkaartfotografie. Marie Peñaloza Moreno schreef in 2006 het proefschrift Papers with memory over de etnologie van de prentbriefkaart. Hierin staat een hoofdstuk gewijd aan prentbriefkaartfotograaf Jan Bijnen (1874-1959). Van Pierre van der Pol verscheen in 2009 een publicatie over de fotograaf Herman de Ruiter (1870-1949), getiteld Brabants stads- en dorpsleven.
![]() |
| Foto's Brabants dorpsleven van Herman de Ruiter en Jan Bijnen |
November 2004 ging de door de Brabant-Collectie opgezette Fotobank Noord-Brabant de lucht in. Deze beeldbank werd december 2006 samengevoegd met de reeds bestaande Filmdatabank. Dit resulteerde in de Film-en Fotobank Noord-Brabant: een portaal voor beheerders van historisch foto- en filmmateriaal om hun collectie te ontsluiten en via internet te tonen. In 2011 vond een evaluatie plaats van deze beeldbank; momenteel worden diverse mogelijkheden voor vernieuwing nader uitgezocht.
donderdag 17 januari 2013
Drs. J.A.J. Maessen (1992-2005)
Nadat afdelingshoofd Gerard Kroes in 1990 met vroegpensioen ging, nam de Letteren- en Filosofiebibliothecaris, Jan Schoolmeesters, voor een korte periode het stokje van hem over.
In 1992 kwam er een nieuwe organisatiestructuur bij de Brabant-Collectie, zoals de Genootschapsbibliotheek sinds begin 1987 was gaan heten. Besloten werd een aparte bibliothecaris aan te wijzen; in mei 1992 werd Jaap Maessen daartoe benoemd.
Maessen is op 26 februari 1945 in Den Haag geboren en studeerde geschiedenis in Utrecht. In 1978 ging hij werken bij de Genootschapsbibliotheek. Als onderzoeker werkte hij aan de Collectie Sinninghe en werd een deskundige op het gebied van de Brabantse geschiedenis. Na de verhuizing naar Tilburg ontwikkelde hij zich als een kenner op het gebied van de automatisering. Hij stond aan de wieg van de Brabant Databank en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Databank Topografisch-Historische Atlas (onderdeel van het door de EU gesubsidieerde ELISE-project). Hij wist twee spraakmakende en omvangrijke collecties voor de Brabant-Collectie te verwerven. In 1998 was dat de bruikleen van 1632 vintage prints van fotograaf Martien Coppens (de kerncollectie Martien Coppens genaamd) met daarbij meer dan 50 meter privé-archief. In het voorjaar van 2005 volgde de collectie Henk van der Heijden bestaande uit 200 kaarten en circa 40 atlassen van de Zeventien Provinciën. Verder zorgde Maessen ervoor dat Jeroen van de Ven een handschriftencatalogus van het bezit van de Brabant-Collectie kon samenstellen. Zelf ontfermde hij zich over het beschrijven van de collectie brieven.
Maessen was secretaris van de Bibliotheek Advies Commissie van de Brabant-Collectie; een commissie bestaande uit een aantal belangrijke adviseurs uit het Brabantse erfgoedveld. Hij schreef vier beleids- en twee communicatieplannen. Hij was actief op het gebied van promotie en werkte samen met Ben Smit, Ineke Kuyer en Gerard Kroes aan de film "Om zoveel mogelijk de waanwijsheid te verdrijven: een programma over de Brabantica-collectie in Tilburg" (vindplaats: BENG DVD OMZO 1987). In deze film worden aan de hand van zes praktijkvoorbeelden de breedheid aan onderwerpen en gebruiksmogelijkheden van de Brabant-Collectie getoond. Een ander hoogtepunt was de deelname van de Brabant-Collectie aan de Drie Historische Dagen in 's-Hertogenbosch (1996). Maessen was tevens degene die bij de Provincie de belangstelling voor historische Brabantse fotografie en film deed aanwakkeren. December 2005 ging Maessen met vroegpensioen en werd opgevolgd door Jos Kuijlen.
Klik hier voor een literatuurlijst met enkele publicaties van Jaap Maessen.
In 1992 kwam er een nieuwe organisatiestructuur bij de Brabant-Collectie, zoals de Genootschapsbibliotheek sinds begin 1987 was gaan heten. Besloten werd een aparte bibliothecaris aan te wijzen; in mei 1992 werd Jaap Maessen daartoe benoemd.
Maessen was secretaris van de Bibliotheek Advies Commissie van de Brabant-Collectie; een commissie bestaande uit een aantal belangrijke adviseurs uit het Brabantse erfgoedveld. Hij schreef vier beleids- en twee communicatieplannen. Hij was actief op het gebied van promotie en werkte samen met Ben Smit, Ineke Kuyer en Gerard Kroes aan de film "Om zoveel mogelijk de waanwijsheid te verdrijven: een programma over de Brabantica-collectie in Tilburg" (vindplaats: BENG DVD OMZO 1987). In deze film worden aan de hand van zes praktijkvoorbeelden de breedheid aan onderwerpen en gebruiksmogelijkheden van de Brabant-Collectie getoond. Een ander hoogtepunt was de deelname van de Brabant-Collectie aan de Drie Historische Dagen in 's-Hertogenbosch (1996). Maessen was tevens degene die bij de Provincie de belangstelling voor historische Brabantse fotografie en film deed aanwakkeren. December 2005 ging Maessen met vroegpensioen en werd opgevolgd door Jos Kuijlen.
Klik hier voor een literatuurlijst met enkele publicaties van Jaap Maessen.
vrijdag 21 december 2012
1986: verhuizing naar Tilburg
In 1986 verhuisde de bibliotheek en het prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap naar Tilburg en kreeg haar onderdak bij wat toen heette de Stichting Katholieke Hogeschool (later omgedoopt in Katholieke Universiteit Brabant, momenteel genaamd Tilburg University).
Vele honderden verhuisdozen kwamen er aan te pas om de collectie over te huizen. Duizenden boeken met leren banden en vele handschriften kwamen te voorschijn. De meest kostbare werken werden geplaatst in een kluis in het hoofdgebouw (het tegenwoordige gebouw C - Cobbenhagen Building). Voor de vele oude drukken werd in het magazijn een aparte ruimte gecreëerd, afgeschermd via een kooiconstructie van hout en gaas, voorzien van een toegangsdeur met hangslot. In de volksmond heette deze bewaarplaats 'het kippenhok'. De boeken en tijdschriften kwamen in de open opstelling terecht. Op 1 juli 1986 waren de bibliotheek en het prentenkabinet weer in bedrijf, mede dankzij het personeel dat eveneens vanuit 's-Hertogenbosch was overgekomen. Van hen zijn Ilse Mulder en Dorine van Elderen momenteel nog als informatiespecialist werkzaam. Op 6 februari 1987 werd de officiële overdrachtsverklaring getekend en kwam de naam Brabantica-Collectie in zwang.
Afdelingshoofd Gerard Kroes werd verantwoordelijk voor de collectie. Piet van Kempen, die zich onder meer bezig hield met het Bibliotheek Informatie Centrum, kreeg als conservator de zorg over de handschriften en oude drukken. Ineke Kuyer, mee overgekomen uit 's-Hertogenbosch, ontfermde zich over het in een aparte ruimte opgeslagen prentenkabinet. Jaap Maessen, eveneens meeverhuisd vanuit de oude locatie, hield zich bezig met de automatisering. Het trio Kuyer-Kroes-Maessen was de facto verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van wat langzamerhand de Brabant-Collectie ging heten.
De provincie had voor Tilburg gekozen vanwege de bibliotheekautomatisering. De catalogi bestonden nog uit Leidse boekjes en ouderwetse fiches in ladenbakken; deze moesten op termijn vervangen worden. Afgesproken werd dat alle boektitels in een geautomatiseerd systeem zouden worden opgenomen en dat er een gemeenschappelijke 'Brabantica-catalogus' zou komen: de huidige Brabant Databank. Deze databank bevat nu bijna 100.000 beschrijvingen van boeken, tijdschriftartikelen en hoofdstukken uit boeken over heden en verleden van de provincie Noord-Brabant en haar bewoners. Het werd de vervanger van de jaarlijks verschijnende, gedrukte Brabantse Bibliografie. Voor het prentenkabinet werd een aparte database opgesteld: de Databank Topografisch-Historische Atlas. Drijvende kracht achter de automatisering was Peter Keijzers.
Vele honderden verhuisdozen kwamen er aan te pas om de collectie over te huizen. Duizenden boeken met leren banden en vele handschriften kwamen te voorschijn. De meest kostbare werken werden geplaatst in een kluis in het hoofdgebouw (het tegenwoordige gebouw C - Cobbenhagen Building). Voor de vele oude drukken werd in het magazijn een aparte ruimte gecreëerd, afgeschermd via een kooiconstructie van hout en gaas, voorzien van een toegangsdeur met hangslot. In de volksmond heette deze bewaarplaats 'het kippenhok'. De boeken en tijdschriften kwamen in de open opstelling terecht. Op 1 juli 1986 waren de bibliotheek en het prentenkabinet weer in bedrijf, mede dankzij het personeel dat eveneens vanuit 's-Hertogenbosch was overgekomen. Van hen zijn Ilse Mulder en Dorine van Elderen momenteel nog als informatiespecialist werkzaam. Op 6 februari 1987 werd de officiële overdrachtsverklaring getekend en kwam de naam Brabantica-Collectie in zwang.
![]() |
| Affiche uit 1986 |
De provincie had voor Tilburg gekozen vanwege de bibliotheekautomatisering. De catalogi bestonden nog uit Leidse boekjes en ouderwetse fiches in ladenbakken; deze moesten op termijn vervangen worden. Afgesproken werd dat alle boektitels in een geautomatiseerd systeem zouden worden opgenomen en dat er een gemeenschappelijke 'Brabantica-catalogus' zou komen: de huidige Brabant Databank. Deze databank bevat nu bijna 100.000 beschrijvingen van boeken, tijdschriftartikelen en hoofdstukken uit boeken over heden en verleden van de provincie Noord-Brabant en haar bewoners. Het werd de vervanger van de jaarlijks verschijnende, gedrukte Brabantse Bibliografie. Voor het prentenkabinet werd een aparte database opgesteld: de Databank Topografisch-Historische Atlas. Drijvende kracht achter de automatisering was Peter Keijzers.
maandag 17 december 2012
Restauratie Roman-Visscher-kaart
Op 21 november jl. heeft de Brabant-Collectie een bezoek gebracht aan het restauratieatelier van Marijn de Valk in Nieuw- en Sint Joosland. De Roman-Visscher-kaart troffen we opgespannen in een raamwerk aan.
Voor het relaxeren en opweken van lijmlagen is de wandkaart, vlak liggend op een grote tafel, gedurende twee dagen in een vochtkamer geweest. De relatieve vochtigheid werd langzaam omhoog gebracht, zodat er geen risico was op het uitlopen van pigmenten. Vervolgens kon de kaart plaatselijk van de linnen drager losgemaakt worden. Aan de achterzijde werd het papier opgelicht zodat er aan gewerkt kon worden. De meest hinderlijke watervlekken in het papier werden als het ware uitgedrukt. De bruine, grillige kringen van de vlekken zijn, met name in de tekst, nagenoeg niet meer zichtbaar.
In de stadsprofielen is het papier uitermate bros. Zwakke plekken in het gehavende papier werden verstevigd en teruggeplaatst op het linnen. Soms werd er vanaf de voorzijde gewerkt.
Retouche zal daar waar de kleuren verdwenen zijn nog worden aangebracht, zoals in kaders en luchten.
Aan de randen van de kaart zijn met tarwestijfsel stroken dik Japans papier gemonteerd. Dit wordt het remargeren van de kaart genoemd. Door de bevestiging in een spanraam wordt de wandkaart nog vlakker getrokken.
![]() |
| Geremargeerde Roman-Visscher-kaart (in raamwerk) |
![]() |
![]() |
![]() |
donderdag 22 november 2012
Ontwikkelingen in het derde kwart van de 20ste eeuw
Na de oorlogsjaren en de belangrijke reglementswijziging brak er een tijd aan waarin de koers werd verlegd van een besloten naar een meer publieksgerichte instelling. De toenmalige voorzitter, August Commissaris, wees het Genootschap in zijn jaarrede van 1956 op de noodzaak van een keuze. Daarmee legde hij de grondslag voor een hervorming die in 1959 leidde tot een officiële bevordering van het Genootschap tot Culturele Raad voor Noord-Brabant.
Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok.
Een jaar daarvoor vierde het Genootschap haar 125 jarig jubileum. Dit jubileum werd opgeluisterd met de tentoonstelling van de Collectie Peynenburg van 27 april - 24 juni 1962. Door de nieuwe koers ontstond een nieuwe categorie secties zoals toneel, muziek, cultuurverspreiding, film, beeldende kunst en literatuur. Deze secties waren klein en hadden een beleidsadviesfunctie. De oude secties waren verenigingen op zich die zelf actief waren op het terrein van hun belangstelling. In deze splitsing van Genootschap- en Culturele Raadfunctie lag de kiem van de latere splitsing. In 1970 werden voorbereidingen getroffen voor een afzonderlijke Culturele Raad. In 1973 was dit een feit.
Gebruikte bronnen:
Het Genootschap legde zich officieel toe op het hele gebied van de cultuur. Oude secties werden opgeheven en weer opnieuw ingesteld, met uitzondering van de sectie tentoonstellingswezen. Net als de bibliotheek- en museumcommissie werd deze ingericht als een bestuurscommissie. De historici binnen het Genootschap verenigden zich in een historische sectie met Varia Historica Brabantica als eigen jaarboek. Met de totstandkoming van het Brabants Oorkondenboek had deze sectie succes. In 2000 is van dit boek een tweede deel verschenen en in 2009 is een doorstart gemaakt met het project Digitaal Oorkondenboek van Noord-Brabant (DONB). De historische sectie scoorde eveneens met de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' (1963) die door de hele provincie trok.
![]() |
| Een van de getoonde werken bij de tentoonstelling '150 jaar Noord-Brabant' Tilburg - Markt, Grote Kerk en Raadhuis (ca. 1850) Vindplaats: T 34 / 121 Mark (3) |
Gebruikte bronnen:
- F.J.M. van de Ven, Anderhalve eeuw Noord-Brabants Genootschap 1837-1987. Vindplaats: BRA G3 VEN 1987
- Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216. Brabants Historisch Informatiecentrum, 's-Hertogenbosch
donderdag 8 november 2012
Drs. G.G.A.M. Keukens (1975-1986)
Drs. George Keukens werd in 1944 in 's-Hertogenbosch geboren. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was onder andere leraar Nederlands aan de Thorbecke Scholengemeenschap in Utrecht. Op 1 augustus 1975 trad hij in dienst bij het Provinciaal Genootschap als bibliothecaris-vakreferent.
Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.
Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.
George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.
![]() |
| Bibliothecaris George Keukens in werkruimte Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (51) |
Keukens kon meteen aan een grote klus beginnen: de verhuizing van de Genootschapsbibliotheek naar de Sint Josephstraat in 1975. Op deze nieuwe locatie, in het pand met de Openbare Bibliotheek, breidde het personeelsbestand zich verder uit. Al snel bestond het team uit negen vaste medewerkers en twee gedetacheerden vanuit de Gemeentelijke Dienst voor Werkvoorziening en Revalidatie (de huidige Weenergroep, het werkbedrijf van Gemeente 's-Hertogenbosch). Ook werden vanuit andere regelingen, zoals de T.A.P. (Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen), een aantal medewerkers te werk gesteld. Stagiaires van de Bibliotheek- en Documentatie Academie uit Tilburg en GO opleidingen uit 's-Gravenhage wisten ook hun weg te vinden naar de bibliotheek van het Genootschap. De werkzaamheden werden verdeeld over een aantal afdelingen: Topografisch Historische Atlas; speciale collecties; leeszaal; centrale verwerking; administratie; magazijn.
Er werden meer tentoonstellingen georganiseerd, zoals bijvoorbeeld 'Zoete lieve tremmetje' over de geschiedenis van het openbaar vervoer in en om 's-Hertogenbosch (1879-1929-1979). In 1980 begon men met het samenstellen van de Brabantse Bibliografie. En in 1981 werd een start gemaakt met het ontsluiten van de collectie door middel van een kaartencatalogus, als vervanging van de Leidse boekjes.
Keukens schafte veel aan. Eén van de belangrijkste aankopen was de Roman-Visscher-kaart. In 1982 werd de Sinnighe Collectie aangekocht. Keukens was verder betrokken bij de oprichting van het Brabants Historisch Documentatie Centrum in 1984: een door de Provincie opgerichte stichting die als doel had het beheer van de Genootschapsbibliotheek over te nemen. De stichting werd in 1986 opgeheven nadat de bibliotheek aan de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant (nu: Tilburg University) werd overgedragen. Keukens' laatste taak werd het regelen van de verhuizing en de overdracht van de Genootschapsbibliotheek aan de universiteit te Tilburg. Alle vaste en gedetacheerde medewerkers, met uitzondering van George Keukens, werd een baan in Tilburg aangeboden.
George Keukens is getrouwd met Beatrijs van de Tillart, heeft 2 volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Hij woont en leeft afwisselend in 's-Hertogenbosch en Frankrijk.
Gebruikte bronnen:
- Brabantia 24 (1975), nr. 5, p.192. Vindplaats T 0820
- Brabants Historisch Informatie Centrum, Brabants Historisch Documentatiecentrum, inv.nr. 232
donderdag 25 oktober 2012
Drs. F.J.M. van de Ven (1960-1975)
Drs. Frans van de Ven werd in 1932 in Oss geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis (specialisatie kunstgeschiedenis en economische geschiedenis). Vanaf 1958 was hij werkzaam in het VWO, van 1962 tot 1991 aan het Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch. Van 1960 tot 1975 was hij tevens parttime bibliothecaris van de Genootschapsbibliotheek en secretaris van de Historische Sectie van het Provinciaal Genootschap. Hij publiceerde verschillende boeken en studies, met name over de geschiedenis van Noord-Brabant. Het bedrijf van zijn ouders vervoerde de vetten en oliën van de boterhandel en margarinefabriek Jurgens in Oss. Later zou Frans van de Ven hier uitgebreid over publiceren. Hij breidde niet alleen de collectie van de Genootschapsbibliotheek uit met boeken en prenten, maar legde tevens een indrukwekkende privé-collectie aan. Van de Ven had bijzondere belangstelling voor de Regio Maasland. Voor de Genootschapsbibliotheek kocht hij onder andere diverse etsen aan van Jan Heesters uit Schijndel. Een groot deel van zijn privé-collectie schilderijen, etsen, foto's en manuscripten is in 2009 verworven door het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen. Frans van de Ven woont en leeft in Berlicum.
In de periode 1957-1974 was mej. Geertruida Dorenbosch ('s-Hertogenbosch 1908 - 's-Hertogenbosch 1996) hoofdassistente in de Genootschapsbibliotheek. Dorenbosch speelde een belangrijke rol in de bibliotheek. Ze regelde de dagelijkse gang van zaken, aangezien Van de Ven parttimer was. Tevens werkte zij boeken in en verschafte de gebruikers informatie. Met Kees Spierings stelde zij onder andere het boekje 's-Hertogenbosch in oude ansichten deel 1 samen. Deel 2 en 3 stelde zij samen met J.A.M. Roelands. Tijdens de officiële afscheidreceptie op 13 mei 1974 kreeg zij de Genootschapspenning in zilver uitgereikt; ze was de eerste vrouw die deze onderscheiding kreeg. Tevens kreeg zij op 1 december 1982 de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt en op 21 september 1983 het Verzetsherdenkingskruis.
G.J.J.F.M. Dorenbosch, De genootschapspenning. In: Brabantia 25 (1976) nr 2, p. 68-71. Vindplaats: T 00820
![]() |
| Frans van de Ven (rechts) met assistente Ineke Kuijer (midden) tijdens de afscheidsreceptie van mej. Dorenbosch H 55 / 1974 (11e) |
![]() |
| Afscheidsreceptie mej. Dorenbosch 13 mei 1974 H 55 / 1974 (3) |
Gebruikte bronnen:
- F.J.M. van de Ven, Anton Jurgens Hzn 1867-1945. Zwolle, 2006, p.375
Vindplaats: BRA V3 VENN 2006 - http://son.kliknieuws.nl/forum/discussie/25935
- http://www.vriendenjanheesters.nl/
- http://www.museumjancunen.nl/MJC.Data/Documenten/Vandeven.pdf
donderdag 11 oktober 2012
Ontwikkelingen in de eerste helft van de 20e eeuw
In 1925 werd jonkheer Mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (1852-1939) verkozen tot voorzitter van het Provinciaal Genootschap. Hij was een erudiet man met vele publicaties over de geschiedenis van ons gewest op zijn naam, waaronder het bekende driedelige boekwerk "De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen" (1910). Hij voerde het persoonlijke beheer over de prenten- en handschriftenverzameling van het Genootschap en bracht ook een nieuwe catalogus uit. Veel prenten en tekeningen, die hij op veilingen of elders kocht, schonk hij aan het Genootschap. Ook zorgde hij voor financiële ondersteuning.
Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.
In 1937 bestond het Genootschap 100 jaar. Gezien de tijdsomstandigheden werd dit sober gevierd. Aanwezigen waren onder andere prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne (minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) en jhr. mr. dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (commissaris van de Koningin in Noord-Brabant). Het Algemeen Handelsblad deed uitgebreid verslag van de bijeenkomst op 8 maart van dat jaar.
De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.
Gebruikte bronnen:
Op 20 april 1932 werd de voorzitter 80 jaar. Het bedrag dat ter gelegenheid van zijn verjaardag bijeengebracht werd, liet hij door het Genootschap besteden. Deze richtte er een Van Sasse van IJsseltzaal mee in. Hier werden de topografisch atlas en de historische prenten betreffende Noord-Brabant, die hij gedurende zijn leven verzameld had, tentoongesteld.
![]() |
| 20 april 1932, Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch Viering 80e verjaardag van jhr. mr. A.F.O. van Sasse van IJsselt (midden foto, gezeten op stoel) Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0033289) |
De oorlogsjaren kwam het Genootschap zonder kleerscheuren door, en het ledental groeide zelfs. Een belangrijke wijziging in het reglement werd doorgevoerd op 4 december 1950. Vanaf die datum kon iedereen lid worden van het Genootschap. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook toetreding mogelijk van leden van de in 1935, aanvankelijk als tijdschrift opgerichte beweging Brabantia Nostra. Meer over deze beweging, die opkwam voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van het Brabantse volk, leest u in het proefschrift van J.L.G. van Oudheusden uit 1990.
Gebruikte bronnen:
- F.J.M. van de Ven: Anderhalve eeuw Noordbrabants Genootschap 1837-1987. BRA G3 VEN 1987
- Archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv. nr. 216.
Brabants Historisch Informatie Centrum, 's-Hertogenbosch
donderdag 20 september 2012
1984-1986: Nachtegaalslaantje
In 1984 wordt het Provinciaal Genootschap opnieuw geconfronteerd met een verhuizing. Bibliotheek en Prentenkabinet gaan terug naar de oude standplaats; het gebouw van het Stedelijk Gymnasium aan het Nachtegaalslaantje nummer 1 te 's-Hertogenbosch.
Op 2 januari 1986 kocht de Provincie Noord-Brabant de Bibliotheek en het Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap. Op 18 april van dat jaar beslisten Provinciale Staten dat de collectie ondergebracht zou gaan worden bij de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg (later dat jaar omgedoopt in Stichting Katholieke Hogeschool).
Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.
Meer foto's van de huisvesting van het Genootschap vindt u op onze Flickr-pagina.
![]() |
| Studiezaal Bibliotheek en Prentenkabinet van het Provinciaal Genootschap Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (66) |
![]() |
| Bibliothecaris George Keukens in werkruimte Nachtegaalslaantje te 's-Hertogenbosch Maker: J.C. Steenbekkers H 55 / 712.21 (60) |
Opnieuw ging er dus een verhuizing plaats vinden.
![]() |
| Medewerkers Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap Voorjaar 1986 |
donderdag 30 augustus 2012
Mej. C.M.E. Ingen-Housz (1925-1960)
Een toevallige ontmoeting met twee bestuurders van het Genootschap, Jhr. Mr. A. Sasse van IJsselt (voorzitter van het Genootschap) en mr. E. baron Speyart van Woerden, leidde in 1925 tot de benoeming van mej. C.M.E. Ingen-Housz tot bibliothecaris van de boekerij. Tegen een jaarsalaris van Fl. 1600,- werd zij geconfronteerd met een moeilijke taak. Indertijd bestond de bibliotheek, die was ondergebracht in de Boterhal op de Pensmarkt, uit circa 75.000 werken. Dankzij het legaat van C.P.D. Paape kon men verhuizen naar de gerestaureerde Sint Jacobskerk aan de Bethaniëstraat.
Eén van de eerste taken van Ingen-Housz was het toegankelijk maken van de collectie middels het opstellen van een catalogus. Ze ging te raden bij dr. Molhuizen, directeur van de Koninklijke Bibliotheek in ’s-Gravenhage. Voor de alfabetische en de systematische catalogus werd gekozen voor het systeem van de Leidse boekjes.
Gebruikte bronnen:
![]() |
| C.M.E. Ingen-Housz in de studiezaal van het Provinciaal Genootschap Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Fotopersbureau Het Zuiden) H 55 / 712.21 (3) |
![]() |
| Zicht op cataloguskast met Leidse boekjes Bethaniëstraat, 's-Hertogenbosch (Maker: Brabants Dagblad) H 55 / 712.22 (1) |
In het magazijn werden de boeken gerangschikt op grootte (zogenaamde magazijnplaatsing). Men maakte een begin met de trefwoordencatalogus. De verzameling Brabantse drukken werd chronologisch gerangschikt en aangevuld met exemplaren die her en der verspreid stonden. Jarenlang werkte Ingen-Housz aan het samenstellen van een gedrukte catalogus die uiteindelijk pas in 1954 verscheen.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Naast het werken aan de catalogi bestond haar taak onder andere uit het samenstellen van literatuurlijsten over historische Brabantse onderwerpen, het meewerken aan tentoonstellingen en het helpen van bezoekers.
Helaas mocht zij zich niet bezighouden met het Prentenkabinet. Ze kreeg veel tegenwerking van Sasse van IJsselt, die dit gedeelte van de collectie voor zichzelf reserveerde. Het Prentenkabinet was een chaos! Pas in 1950 mocht zij gaan beginnen met het toegankelijk maken en ordenen van de collectie topografische platen, historieprenten, portretten, kaarten e.d. Ze raadpleegde diverse prentenkabinetten in het land om methoden van beschrijven en ontsluiten te bestuderen. Uiteindelijk ontwikkelde Ingen-Housz een kaartsysteem dat door de jaren heen heel bruikbaar bleek te zijn. De topografische platen en de historieprenten werden door haar beschreven en geordend, evenals de portrettenverzameling.
In 1960 legde Ingen-Housz, wegens privé-omstandigheden, haar functie voortijdig neer.
Gebruikte bronnen:
- Brabantia: vol. 25 (1976), p.189-191 (T0820)
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant: vol. 1909/1929, onderdeel 1916-1927, pag. 77 (CBM 657 B 01 1909/1929)
dinsdag 28 augustus 2012
Van Tilburg naar Middelburg: transport van de Roman-Visscher-kaart
Op donderdag 16 augustus jl. werd de Roman-Visscher-kaart opgehaald door restaurator Marijn de Valk. Zij haalde de wandkaart uit de lijst en vervoerde deze op rol vanuit Tilburg naar haar atelier in Nieuw- en Sint Joosland, vlakbij Middelburg.
![]() |
| De Roman-Visscher-kaart hing tijdelijk in het Regionaal Archief Tilburg (RAT): de lijst werd van de muur gehaald en op de vloer gezet. |
![]() |
De drie lagen in de lijst worden getoond: de achterwand, het karton als buffer en de linnen drager van de kaart.
|
![]() |
| Voorzichtig wordt de wandkaart door de restaurator op een stevige kartonnen koker gerold. |
![]() |
| Vervolgens wordt de rol in zijn geheel met linnen omhuld. |
![]() |
| Met linten wordt de rol bijeen gehouden. |
![]() |
| Nu is de kaart klaar voor transport. |
donderdag 9 augustus 2012
1975-1984: St. Josephstraat
Met name in de jaren '60 en '70 breidde het personeelsbestand van het Genootschap zich langzaam maar zeker uit. In 1975 is men genoodzaakt het oude pand aan de Bethaniëstraat te verlaten en elders onderdak te zoeken.
Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.
Het pand aan de St. Josephstraat 1 ligt op de hoek met de Hinthamerstraat waar de Openbare Bibliotheek gevestigd is. De oorsprong van dit kolossale gebouw ligt in de dertiende eeuw. Tussen 1274 en 1281 werd hier het Heilige Geesthuis, ofwel de Tafel van de Heilige Geest, opgericht. In de Bossche volksmond stond het bekend als het 'Geefhuis'. De latere naamgeving was het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ofwel Huize Leonardus.
Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis' bevorderen.
Op 20 december 1975 wordt tussen de besturen van Stichting Openbare Bibliotheek 's-Hertogenbosch en het Genootschap een 'Overeenkomst van voorlopige samenwerking' ondertekend. De intentie was na te gaan of samenwerking tussen beide partijen mogelijk was. Een formele samenwerkingsovereenkomst kon uiteindelijk niet gerealiseerd worden, aangezien de opzet van beide partijen te zeer uiteen lag. Bovendien stond het Provinciaal Genootschap duidelijk het behoud van de eigen identiteit van de Genootschapsbibliotheek voor ogen.
Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.
Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976
Door de gemeente 's-Hertogenbosch wordt de gerestaureerde linkervleugel in Huize Leonardus 'gratis' aan het Provinciaal Genootschap ter beschikking gesteld: men krijgt van de gemeente een subsidie die gelijk staat aan de huur van de vleugel. Als voorwaarde wordt gesteld dat het Genootschap niet zonder schriftelijke toestemming van B&W de bibliotheek buiten 's-Hertogenbosch zal onderbrengen.
![]() |
| Hoofdingang van Bibliotheek en Prentenkabinet van Provinciaal Genootschap St. Josephstraat 1, 's-Hertogenbosch (Fotograaf: H. Eickholt) H 55 / 531.11 Anna (1) |
Middels deze nieuwe huisvesting wil de gemeente 's-Hertogenbosch een concentratie van beide bibliotheken (Openbare Bibliotheek en Genootschapsbibliotheek) in het 'Geefhuis' bevorderen.
![]() |
(Fotograaf: P.J. van der Heijden) H 55 / 1975 (13) |
![]() |
Ilse Mulder (links) en Dorine van Elderen (rechts) in de werkruimte St. Josephstraat, 1983
(Fotograaf: J.C. Steenbekkers)
H 55 / 712.21 (44)
|
Voor meer foto's van de St. Josephstraat zie onze Flickr-pagina.
Gebruikte bronnen: Brabants Dagblad, 24 februari 1975 en 9 januari 1976
donderdag 26 juli 2012
Collectievorming begin 20e eeuw
Bibliothecaris H. Heynen begon in 1871 met de reorganisatie van de bibliotheek en het samenstellen van een alfabetische catalogus. De collectie werd regelmatig uitgebreid dankzij schenkingen. Door de aanwezigheid van het garnizoen kwam het Genootschap in het bezit van vrij veel publicaties van krijgskundige aard. In de beginperiode verzamelde men nog breed, waardoor in de collectie ook fraaie atlassen, platenboeken en boeken over vogels, naturaliën, medicinale planten etc. voorkwamen.
Begin 20e eeuw deed een unieke kans zich voor de collectie verder uit te breiden. Baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge en zijn zonen Louis en Albéric hadden hun omvangrijke kunstverzameling van enkele duizenden voorwerpen bijeengebracht in kasteel Heeswijk en later kasteel Nemelaer. Van Oudheusden (2011) noemt dit een van de grootste en meest opmerkelijke particuliere kunstverzamelingen die in Noord-Brabant hebben bestaan. Tussen 1899 en 1902 werd het leeuwendeel van deze collectie, variërend van meubels en schilderijen tot prenten en harnassen, door de erfgenamen geveild. In 'Het Verslag van den Bibliothecaris over het jaar 1902/3' (Handelingen, 1893-1909) lezen we hierover:
"De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
Genootschap.
In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:
"Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."
Gebruikte bronnen:
![]() |
| Aquarel Kasteel Heeswijk H 41.2 / 820.11 (20) |
"De verkoopende firma Frederik Muller & Co. te Amsterdam zegt daarover in haren betrekkelijken cataloog: "Ongetwijfeld is er nooit een zoo uitgebreide verzameling over eene provincie bijeengebracht".
Het budget van het Genootschap was echter beperkt. Uiteindelijk heeft men een aantal boeken (vooral zeldzame Brabantse drukken van voor 1800), munten, penningen en een omvangrijke collectie van zo'n 350 topografische prenten kunnen aankopen. Mr. F. van Lanschot kocht een aantal Brabantse drukken die hij later schonk aan de bilbiotheek van het
Genootschap.
In 1901 legateerde Mr. P.F. van Cooth een geldbedrag, speciaal bestemd voor het uitgeven van boeken. In het Verslag van de Algemene Vergadering van het Genootschap in 1901 is te lezen:
"Algemeen bekend is het dat ook Mr. van Cooth aan onze Vereeniging een bedrag van f 2000 heeft gelegateerd. Bij onze beperkte middelen is dit een onwaardeerbare steun en spoedig reeds zal een gedeelte daarvan kunnen worden aangewend tot het uitgeven van boekwerken zooals in de bedoeling van den overledenen heeft gelegen."
Gebruikte bronnen:
- Van Oudheusden, 2011, pag. 190-205
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1893-1909. Deel 1897-1903 [CBM 657 B 01 1893/1909]
donderdag 12 juli 2012
Bibliothecarissen in de periode 1869-1925
In de periode 1869-1925, na het overlijden van C.R. Hermans en voor het aantreden van Mej. C.M.E Ingen-Housz, beschikte het Provinciaal Genootschap over enkele (waarnemend) bibliothecarissen die het beroep uitoefenden als bijbaan. Sommigen vervulden de taak voor zeer korte tijd, anderen voor een langere periode.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.
Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
De eerste waarnemer was Mr. L. van Hasselt, commies-chartermeester te 's-Hertogenbosch. Na 3 jaar vertrok hij naar Zwolle waar hij benoemd werd tot rijksachivaris in Overijssel. Mr. W. Bezemer, advokaat te 's-Hertogenbosch (later adjunct-archivaris te Rotterdam), was zijn opvolger. Na 1 jaar kreeg hij een andere baan. Zowel Van Hasselt als Bezemer werkten aan de nieuwe catalogus.
In 1870 trad Mr. F. Vermeulen, advokaat te 's-Hertogenbosch, aan. Hij begon met een nieuwe manier van rangschikken van de boekerij en het maken van een catalogus. Toen hij in 1871 vertrok had hij zijn taak nog niet volbracht. Zijn opvolger was dhr. H. Heynen, leraar aan de Rijks HBS te 's-Hertogenbosch. Hij zette het werk van Vermeulen voort, maar moest wegens gezondheidsklachten in 1887 zijn werk stop zetten.
Gedurende de periode 1887-1890 was de bibliotheek nog niet op orde en werden waarnemend bibliothecarissen aangesteld. Een deel van de dagelijkse werkzaamheden werd door de klerk van de boekerij , dhr. P.J. van der Linde, uitgevoerd.
| Portret Mr. W. Bezemer, overleden maart 1898 Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0005487) |
De laatste bibliothecaris in deze periode was dhr. L.I.J. van der Steen, adjunct-commies Provinciale Griffie en ontvanger Godshuizen te 's-Hertogenbosch. Hij legde uiteindelijk de laatste hand aan de catalogus.
| Portret van L.I.J. van der Steen Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer 0000669) |
In 1925 was Mr. J.P.W.A. Smit, rijksarchivaris van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch, voor zeer korte tijd waarnemend bibliothecaris. Mej. C.M.E. Ingen-Housz nam de taak daarna van hem over.
Gedurende de geschetste periode nam het aantal boeken verkregen door schenking, ruiling of aankoop gestaag toe. In bijna elk jaarverslag werd door de toenmalige (waarnemend) bibliothecaris een 'Verslag van den staat en aanwinsten der Bibliotheek' uitgebracht aan de Algemene Vergadering van het Genootschap. Dit verslag werd vaak gevolgd door een opsomming van de verkregen werken.
Gebruikte bronnen:
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1869-1875 [CBM 657 B 01 1869/75]
- Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Jaargangen 1885-1892, delen 1888-1889 / 1889-1890 / 1891-1893 [CBM 657 B 01 1885/92]
donderdag 28 juni 2012
Roman-Visscher-kaart nader onderzocht
Wanneer de waterschade aan de wandkaart is ontstaan, zal waarschijnlijk een mysterie blijven. Maar nu, aan de vooravond van de restauratie, moeten we eerst nog andere vragen oplossen. We gaan onderzoek doen naar de authenticiteit van deze kaart.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.
We zijn voornemens twee onderzoeken te laten verrichten door externe organisaties. Voordat de wandkaart gerestaureerd wordt, is het namelijk wenselijk de ouderdom van de linnen drager te achterhalen. Dit kan met behulp van de zogenaamde C14-datering. Op dit moment gaat de Brabant-Collectie na bij wie we dit kunnen laten uitvoeren. Tevens zal pigmentanalyse plaats vinden om te weten of de kaart werkelijk in de Gouden Eeuw met de hand is ingekleurd.
Begin mei kreeg de Brabant-Collectie groen licht voor het restauratieproject: de subsidieaanvraag werd gehonoreerd door de Provincie Noord-Brabant. Medio augustus zal de Roman-Visscher-kaart voor restauratie afreizen naar de stad waar Zacharias Roman actief was als boekverkoper en uitgever. Ook van onze wandkaart was hij de uitgever.
De bijzondere assemblage maakt de Roman-Visscher-kaart tot een museaal topstuk. Dit kunt u nog eens nalezen in een eerder blogbericht van ons. De linnen drager is een intrinsiek onderdeel van dit object. Met zekerheid is te stellen dat de inkleuring van de gehele kaart is gebeurd na de plaatsing op het linnen.
![]() |
| Achterzijde Roman-Visscherkaart: linnen drager |
![]() |
| Verdwenen en uitgelopen pigmenten (rood) bij stadsprofielen |
Abonneren op:
Posts (Atom)
































