![]() |
| Lithografie Korenbeurs en Graanhandel. 's-Hertogenbosch, 1855 |
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Pensmarkt (1868) Links: Voorgevel van de Boterhal in de steigers Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0065803) |
De gemeente startte, op haar kosten, met de constructie van twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal. Voorjaar 1868 werd de nieuwe huisvesting, gelegen aan de Pensmarkt, betrokken.
In 1869 overleed Hermans. Zijn langdurig ziekbed en de twee verhuizingen zorgden voor wanorde in de collectie. Verder had ook de zwakke bouwkundige constructie van de twee nieuwe verdiepingen op de Boterhal zijn weerslag op de collectievorming. Al snel bleek dat de locatie niet berekend was op een dergelijk gewicht aan boeken. Regelmatig moest de gemeente bijspringen om het gebouw te stutten en steunen. Op zeker moment werd het gebouw zelfs gesloten wegens instortingsgevaar. Jan van Oudheusden citeert (2011, pag. 204): "Na elke vergadering was men blij weer heelhuids buiten te staan".
![]() |
| 's-Hertogenbosch, Pensmarkt (ca. 1900) De Boterhal in gebruik als museum van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch (nummer: 0009916) |
Besloten werd de doubletten te verkopen, de museumcollectie sterk uit te dunnen en de aankopen tot een minimum te beperken. In het nieuwe reglement van 1885 werd vastgelegd alleen nog aanwinsten met betrekking tot de geschiedenis van Noord-Brabant aan te kopen. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren op Brabantica.
In 1892 meldde de toenmalige bibliothecaris Van der Steen dat de de bibliotheek vol was, maar vele jaren moest hij zich nog behelpen. In 1922 diende zich een oplossing voor al deze problemen aan. In dat jaar ontving het Genootschap van C.P.D. Pape een legaat van 110.000 gulden. Eindelijk kon het Genootschap uitkijken naar een nieuw gebouw.
Gebruikte bronnen:
- BHIC, archief van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, inv.nr. 216.
- Van de Ven, 1994, deel 1, pp. 2-16
- Van Oudheusden, 2011, pp. 190-205

















